Kennisbundel Licht verstandelijke beperking

Vilans

Doelgroep LVB

Mensen met LVB hebben een IQ tussen de 50 en de 70 en beperkingen in het sociaal aanpassingsvermogen. De combinatie van een licht verstandelijke beperking en psychische, emotionele en/of psychiatrische problemen kan bij deze doelgroep tot (ernstige) gedragsproblematiek leiden.

De licht verstandelijke beperking

Iemand behoort tot de doelgroep LVB wanneer het IQ tussen de 50 en 70 ligt en wanneer de adaptieve vaardigheden niet voldoen aan wat gezien zijn/haar leeftijd en cultuur verwacht wordt. Adaptieve vaardigheden worden ook wel het sociaal aanpassingsvermogen genoemd, hieronder vallen conceptuele-, sociale- en praktische vaardigheden. Belangrijk voor de ondersteuning van een cliënt met een LVB is dat je niet alleen aan de hand van het IQ bepaalt wat nodig is. De beperkingen in het adaptieve vermogen zorgen vaak voor de problemen waarvoor ondersteuning nodig is, dit komt daarom steeds meer centraal te staan bij het bepalen van de omvang en type ondersteuning.

Het exacte aantal mensen met een LVB is moeilijk te bepalen aangezien de kenmerken van een LVB vaak niet direct herkend worden; een LVB is niet te zien aan iemands uiterlijk.

Wanneer we kijken naar de groep LVB+ vallen niet alleen mensen met een LVB maar ook zwakbegaafden (IQ tussen de 70 en 85) hieronder, mits zij ernstige gedragsproblemen vertonen. De cliënten in de groep LVB+ hebben te maken met een combinatie van beperkingen en problemen. Deze kunnen variëren van leerproblemen, psychiatrische problemen tot problemen met de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Kenmerkend voor mensen met een LVB is dat zij moeite hebben om zich te handhaven in de sociale omgeving waar zij deel van uit maken. Zij kunnen verbaal echter zeer sterk zijn of zich zeer goed presenteren waardoor er niet direct gedacht wordt aan een licht verstandelijke beperking. Mensen met een LVB worden hierdoor soms te hoog ingeschat en overvraagd, waardoor zij (ernstige) gedragsproblemen kunnen ontwikkelen. Het lijkt dan alsof iemand onwelwillend is, niet gemotiveerd is of nog niet klaar voor hulp, terwijl er juist onbegrip en onkunde speelt.

Bij veel mensen met een LVB zie je een disharmonisch ontwikkelingsprofiel. Dit betekent dat de verschillende aspecten in de ontwikkeling van de persoon niet in evenwicht met elkaar zijn. Een disharmonisch profiel maakt iemand, vooral emotioneel, kwetsbaar en juist vanuit die emotionele kwetsbaarheid kan psychische problematiek en/of moeilijk verstaanbaar gedrag ontstaan. Wanneer hier op een passende manier mee om wordt gegaan zullen adviezen en ondersteuning beter aankomen en is de ondersteuning effectiever. Op deze wijze is er meer balans in de ondersteuning en kan worden voorkomen dat de problemen zich opstapelen met ernstige gedragsproblemen tot gevolg.

Werken met de doelgroep LVB(+)

Het behandelen en begeleiden van LVB(+) cliënten onderscheidt zich van het werken met andere doelgroepen. De hulpverlening aan LVB(+) cliënten staat, meer dan bij andere doelgroepen in de gehandicaptensector, in het teken van behandeling en de begeleider moet daarbij in staat zijn de behandeldoelen te vertalen naar de dagelijkse praktijk. Goed kunnen observeren en signaleren is belangrijk om het effect van de behandelingen waar te kunnen nemen. Het opbouwen van een vertrouwensband met de cliënt en zijn of haar sociale omgeving is hiervoor onontbeerlijk. Omdat mensen met een LVB een hoger risico hebben op hechtingsproblematiek kan het opbouwen van deze vertrouwensband moeilijk zijn en kan je het opgebouwde vertrouwen ook snel verliezen.

Daarnaast is het als professional belangrijk te beseffen dat een laag IQ niet betekent dat iemand geen talenten, mogelijkheden en motivatie heeft. Mensen met een LVB hebben net als ieder ander recht op ontwikkelingsmogelijkheden, persoonlijke autonomie en participatie.

Hieronder vind je opdrachten waarmee je dieper in kan gaan op wat LVB precies is, wat de effecten op iemands leven zijn en hoe je het kan herkennen. We zijn benieuwd naar je ervaringen met de opdrachten. We horen graag wat je ermee gedaan hebt.

Je kunt foto's, verhalen en filmpjes naar ons opsturen. Op deze plek in de kennisbundel gaan we de mogelijkheid bieden om je ervaringen te delen met andere docenten.

Via onderstaande knop kun je contact met ons opnemen.

Stuur je eigen materiaal in >

Opdracht 1: Vaardigheden en sociaal-emotionele ontwikkeling

Gedragsdeskundige Hanna Peels geeft uitleg over mensen met een lichte verstandelijke beperking.

 

https://www.youtube.com/watch?v=a_BSe7YF2o0

In de video (1:44 minuten) van Middin zie je dat een IQ cijfer alleen niet zo veel zegt aangezien intelligentie is opgebouwd uit verschillende onderdelen. In de begeleiding van mensen met een LVB wordt gekeken naar de verschillen tussen de verschillende onderdelen.

Kijk naar het filmpje en geef antwoord op de volgende vragen of bespreek de vragen in een groep:

  • Waarom is het belangrijk om bij iemand met LVB naar de vaardigheden te kijken in plaats van alleen naar het IQ cijfer?
  • Wat gebeurt er als er een groot verschil zit tussen de verschillende vaardigheden die iemand heeft?
  • Wat is het verschil tussen IQ en sociaal-emotioneel functioneren?
  • Waarom is het belangrijk om bij iemand met LVB rekening te houden met intelligentie én sociaal-emotioneel functioneren?

Verdiepend:

Kijk na het beantwoorden van deze vragen de video van de gemeente Amsterdam (3:32 minuten). Zie je het verschil tussen de verschillende vaardigheden terug in wat er door deze mensen verteld wordt? Waaraan zie je dit? En wat valt je op als het aankomt op sociaal-emotionele ontwikkeling?

Opdracht 2: Herkennen van LVB

Het is lastig om een licht verstandelijke beperking te herkennen. Er zijn echter veel aanwijzingen waaruit je kan opmaken of iemand wellicht een licht verstandelijke beperking heeft. Daarnaast kan je door middel van het stellen van de juiste vragen al snel een idee krijgen van de situatie van de persoon.

Bespreek in kleine groepjes (bijvoorbeeld met je collega's of mede studenten) welke aanwijzingen er zijn voor een LVB en welke vragen zij zouden stellen om de situatie in kaart te brengen. Elke groep schrijft hun antwoorden op post-its (gebruik twee verschillende kleuren). De groepjes plakken de post-its op het bord.

Ga vervolgens het gesprek aan op basis van wat er op het bord staat. Waarom is iets een aanwijzing? Waarom zou je die vraag stellen? 

Verdiepend:

Reflecteer met de groep op de dingen die op het bord staan. Vergelijk deze aanwijzingen en vragen met wat er in de wegwijzer zicht op LVB jongeren staat (en de uitwerking van de vragen). Waar zit de overlap? Wat is er over het hoofd gezien?

Opdracht 3: Werken met mensen met LVB

In deze film wordt verteld over het werken met mensen die een SGLVB indicatie hebben.

https://www.youtube.com/watch?v=cGNmEep2ZLs

Pluryn biedt ondersteuning en begeleiding aan mensen met en licht verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen, deze groep wordt ook wel met (SG) LVB aangeduid. Dit is een groep met een ingewikkelde hulpvraag, ze hebben intensieve begeleiding nodig en hebben vaak al in veel verschillende instellingen gezeten voordat ze bij Pluryn terecht komen. In de video (5:41 minuten) zie je welke ondersteuning en begeleiding zij krijgen.

Geef na het bekijken van de video antwoord op de volgende vragen en bespreek deze met je collega's of medestudenten:

  • Op welke manier worden de cliënten ondersteund?
  • Waar krijgen zij begeleiding bij en waarom?
  • Wat geven de cliënten aan belangrijk te vinden?
  • Waarom denk je dat deze ondersteuning werkt voor de cliënten?

Verdiepend:

Bedenk wat de verschillen en overeenkomsten zijn tussen de doelgroep mensen met (SG) LVB en andere doelgroepen in de gehandicaptenzorg. Wat zou er anders zijn in de ondersteuning van mensen met (SG) LVB in vergelijking met de ondersteuning van andere doelgroepen?

Opdracht 4: Kernopgaven (SG) LVB (verdiepend)

Gebruik voor deze opdracht de kernopgaven zoals in het competentieprofiel (SG) LVB omschreven. De kernopgaven geven de keuzes en dilemma’s weer waar je als professional regelmatig mee in aanraking komt. Als professional ervaar je regelmatig situaties waarin je het spanningsveld tussen beide ‘polen’ ervaart. De vier kernopgaven bij (SG) LVB zijn:

  1. Beperkingen versus ontwikkelingsmogelijkheden
  2. Betrokkenheid versus distantie
  3. Grenzen stellen versus vrijheid bieden
  4. Grenzeloos gedrag versus begrensde mogelijkheden om bij te sturen

Reflecteer op de kernopgaven en beantwoord per kernopgave de volgende vragen:

  • Waarom is het een spanningsveld?
  • Hoe sta je er zelf in, wat vind je belangrijk in de begeleiding van iemand met LVB, al dan niet met (ernstige) gedragsproblemen?
  • Welke rol speelt de driehoek bij dit spanningsveld (cliënt, naasten, professionals)?
  • Bespreek vervolgens je bevindingen met een medestudent of collega. Waar komen jullie reflecties overeen? Waar verschillen ze?

Deel deze pagina Facebook Twitter LinkedIn E-mail