Kennisbundel Risicosignalering

Vilans

Achtergrond en context

Hier vind je welke ontwikkelingen van belang zijn voor risicosignalering.

Vergrijzing

Nederland telde in 2014 ruim 2,9 miljoen 65-plussers (17,3% van de bevolking), waarvan 717.089 80-plussers (Bron: SCP, december 2013). Die aantallen stijgen nog steeds. De belangrijkste oorzaken: er worden minder baby’s geboren en door goede leefomstandigheden en gezondheidszorg stijgt de levensverwachting.

Vergrijzingscijfers 2014 (Bron: Nationaal Kompas)
Bron: Nationaalkompas 

Langer thuis

Voor al deze ouderen geldt, dat ze zo lang mogelijk thuis blijven wonen, zo nodig met hulp van mantelzorgers, vrijwilligers of thuiszorg. Dat is het uitgangspunt van de overheid en dat is wat ouderen zelf ook vaak het liefste willen. De verzorgingsstaat wordt een participatiemaatschappij. Dit betekent een groter beroep op familie, vrienden en buren, maar ook meer aandacht voor preventie in plaats van duurdere specialistische vormen van zorg (RVZ, 2010). Pas als thuis wonen echt niet meer lukt, komt een plaats in een verpleeg- of verzorgingshuis in zicht. 

Extra risico’s

Sommige ouderen zijn kwetsbaarder dan anderen. Ze hebben meerdere ziektes en slikken veel medicijnen. Bij meer dan vijf verschillende medicijnen heet dit: polyfarmacie. Voor allerlei activiteiten in hun dagelijkse leven zijn ze afhankelijk van anderen. Door slechte gezondheid en verminderde mobiliteit lopen ze extra risico’s. Risico’s die ouderen zelf niet altijd zien of erkennen.
Ouderen wonen nu langer thuis met complexe problematiek. Bij ouderen die thuis wonen is de woonomgeving regelmatig onvoldoende aangepast op hun beperkingen. In woonzorgvoorzieningen verandert de populatie ook. Ouderen die nu worden toegelaten hebben immers veel complexere aandoeningen en problemen dan een aantal jaren geleden. Ook dat brengt extra risico’s met zich mee.

Positieve gezondheid

Ook ons denken over gezondheid verandert. De klassiek-medische benadering die gezondheid beschouwt als ‘de afwezigheid van ziekte’ voldoet niet langer. Lag vroeger de nadruk op zorg en ziekte, inmiddels is dat verschoven naar gedrag en gezondheid. Het concept 'positieve gezondheid' van Machteld Huber vindt steeds meer weerklank. Haar opvatting: 'gezondheid is het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven' (Huber, 2012). Daarmee verschuift ook de rol van zorgmedewerkers. In plaats van behandelaar worden zij steeds meer adviseur en coach. Dat betekent dus dat je niet alleen risico’s signaleert en oplost, maar ook steeds meer samenwerkt met je cliënt en zijn netwerk om ze te voorkomen.

Bekijk ook de Toolkit Familieparticipatie op de website van Vilans.

Aandacht voor kwaliteit

Ook grote landelijke partijen als Actiz, V&VN en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) vinden risicosignalering belangrijk. Daarom hebben zij indicatoren voor signalering opgenomen in de Kwaliteitskaders. De inspectie gebruikt deze indicatoren om zorginstellingen te toetsen, ze komen aan bod bij audits voor keurmerken in de zorg (bijvoorbeeld bij HKZ en Prezo) en ook zorgverzekeraars gebruiken ze bij hun zorginkoop. Daarnaast vormen deze indicatoren de basis voor landelijke kwaliteitsmetingen, zoals de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (verwijzing). Risicosignalering beperkt zich echter niet alleen tot de onderwerpen uit de Kwaliteitskaders. Je cliënt kan immers op allerlei fronten risico’s lopen. Goede en veilige zorg betekent dus dat je met een brede blik naar je cliënt kijkt.

Deel deze pagina Facebook Twitter LinkedIn E-mail