Kennisbundel Zelfmanagement-ondersteuning

Vilans

Competenties voor zelfmanagementondersteuning

Zelfmanagementondersteuning is de ondersteuning die zorgverleners aan zorgvragers en hun familie en omgeving bieden, zodat zorgvragers zo goed mogelijk kunnen omgaan met de lichamelijke, sociale en emotionele gevolgen van hun gezondheidsproblemen. Dat kan alleen als er een goede vertrouwensrelatie is. Daarnaast heb je een stapsgewijze, methodische aanpak nodig.

Zelfmanagementondersteuning kan alleen plaatsvinden als er een goede zorgrelatie tussen zorgverlener en zorgvrager bestaat. Respect voor de autonomie van de zorgvrager en wederzijds vertrouwen zijn kernbegrippen. Een goede basishouding van de zorgverlener is van wezenlijk belang. Hier gaan we eerst op in. Daarna beschrijven we de specifieke competenties voor zelfmanagementondersteuning aan de hand van het 5A-model. Dit model beschrijft het proces van zelfmanagementondersteuning in opeenvolgende vijf stappen. Bij elke stap benoemen we specifieke interventies of methodieken die de zorgverlener kan gebruiken en bespreken we de valkuilen.

Basishouding van de zorgverlener: aandachtig aanwezig zijn

Bij het ondersteunen van zelfmanagement gaan we ervan uit dat de zorgvrager expert is op het gebied van zijn eigen leven met de aandoening. Hoewel de zorgverlener haar eigen professionele deskundigheid heeft, is het van groot belang om de eigen deskundigheid van de zorgvrager te erkennen. Deze ervaringskennis vormt het uitgangspunt voor de zorg. De zorgverlener verbindt zo haar verpleegkundige competenties met een zorgzame houding en zorgverlener en zorgvrager zijn partners in de zorg.

Ondersteunen van zelfmanagement betekent dus niet: het einde van de zorgzaamheid! Integendeel: laagdrempelig, oprecht contact tussen zorgverlener en zorgvrager is voorwaarde voor persoonsgerichte zorg. Als zorgverlener ben je aanwezig met je volle aandacht (‘present’). De zorgvrager moet vertrouwen en veiligheid voelen om bij een zorgverlener aan te kunnen kloppen. Daarom verdiept zorgvelener zich eerst in de zorgvrager als mens en respecteert diens normen en waarden. Alleen dan kan zij de rol op zich nemen van ‘advocaat’ of ‘vakbekwame metgezel’ van de zorgvrager, zoals ook vanuit de Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden (2015) wordt verwacht. Zij kan dan desgewenst namens de zorgvrager en diens familie optreden wanneer deze dit zelf niet goed kunnen.

De basishouding van de zorgverlener bij zelfmanagementondersteuning is dat zij:

  • De zorgvrager waardeert en respecteert als partner in de zorg
  • De ervaringskennis van de zorgvrager accepteert als waardevolle informatie voor haar eigen handelen
  • De rol die de zorgvrager in het zorgproces wil hebben, mogelijk maakt
  • Rekening houdt met de (culturele) achtergrond van de zorgvrager
  • Samen met de zorgvrager bepaalt hoeveel regie of zorg zij van hem overneemt
  • De keuze van de zorgvrager uitgangspunt laat zijn voor de zorg, ook als deze medisch gezien niet ideaal is
  • Begrip toont wanneer de zorgvrager niet slaagt in het bereiken van de vooropgestelde doelen
  • Afwijkt van protocollen als dat nodig is
  • Verder denkt dan het hier en nu (haar eigen werkplek en instelling)
  • Over haar eigen handelen nadenkt
  • Principes van onderhandelen en conflicthantering toepast.

Bekijk Kennisclip 2.1: De professionele zorgrelatie en de basishouding van de verpleegkundige

Het 5A-model: stapsgewijs zelfmanagement ondersteunen

https://www.youtube.com/watch?v=ifa9FjNwk1c

Het 5a model

(Klik op de afbeelding voor een groter formaat)

Omdat zelfmanagement een breed en abstract begrip is, is het niet direct duidelijk wat er van het handelen van zorgverleners wordt verwacht. Het 5A-model (Glasgow e.a., 2003) geeft weer hoe het proces van zelfmanagementondersteuning eruit ziet. Het is een cyclisch proces: dit betekent dat het model steeds opnieuw doorlopen worden. Ook kun je een stap terugzetten.
Het 5A-model omvat vijf werkwoorden die met een A beginnen. Het is een actief proces waarbij het contact tussen zorgverlener en zorgvrager niet face-to-face hoeft te zijn; dit kan ook via eHealth. De vijf stappen zijn:

  1. Achterhalen: verkennen van de situatie, wensen en behoeften van de zorgvrager
  2. Adviseren: advies geven op maat, naar behoefte en op verzoek van de zorgvrager (dus niet ongevraagd of met algemene voorlichting)
  3. Afspreken: als de zorgvrager voldoende geïnformeerd is, kunnen de zorgverlener en zorgvrager samen doelen stellen
  4. Assisteren: de zorgverlener verkent met de zorgvrager welke instructie of bijstand nodig is om de doelen te bereiken en wie daarbij kan helpen
  5. Arrangeren: er worden afspraken met de zorgvrager gemaakt over het vervolg van de zorg. Soms draagt de zorgverlener bepaalde taken over aan een andere hulpverlener. Als er opnieuw contact met de zorgvrager is, begint het proces opnieuw. Arrangeren gaat zo weer over in achterhalen: hoe is het gegaan met de afspraken/ doelen en zijn er nieuwe behoeften

Het 5A-model sluit o.a. aan bij het landelijk opleidingsprofiel voor verpleegkundigen. Bij de rol ‘de zorgverlener’ staat het kernbegrip ‘zelfmanagement versterken’. Met het 5A-model wordt dit algemene begrip vertaald naar concrete competenties (van Hooft e.a., 2015) en specifieke handvaten. Het 5A-model is de leidraad voor de volgende onderwerpen, waarin elke stap wordt uitgewerkt.

Bekijk Kennisclip 2.2: Het 5-A model: competenties voor zelfmanagementondersteuning en valkuilen

5A-model Stap 1: Achterhalen

Stap achterhalen in het 5 a model

Achterhalen is de eerste en meest beslissende stap bij zelfmanagementondersteuning. Hierbij is er aandacht voor alles wat komt kijken bij het leven met een chronische aandoening. Dit betekent dat zorgverleners aandacht geven aan:

  1. Wat het leven met de ziekte voor de persoon betekent en hoe dat leven eruit ziet
  2. Wat het eigen aandeel in de zorg van de zorgvrager kan zijn: voorkeuren en mogelijkheden
  3. Welke zorg- en hulpbronnen kunnen worden ingeschakeld.

Daarvoor achterhaalt de zorgverlener bij de zorgvrager (en zijn omgeving):

  • Verwachtingen van het leven met de aandoening in de (nabije) toekomst
  • Eigen ervaringen met zijn aandoening
  • Wat hij weet over zijn aandoening
  • Hoe hij zijn emoties over de aandoening met zijn omgeving kan delen
  • Aanwezige motivatie en discipline om de aandoening in zijn leven in te passen
  • Hoeveel vertrouwen hij heeft in zijn eigen kunnen
  • Wat hij zelf kan en wil doen in het zorgproces
  • De kernwaarden van de beleving van de aandoening beïnvloeden (bijvoorbeeld religie, cultuur, visie op zorg en zelfstandigheid)

Hulpmiddelen en valkuilen bij Achterhalen

https://www.youtube.com/watch?v=ads_07cyVmc

ZelfredzaamheidsRadar

(Klik voor een grotere afbeelding)

Bron: Platform Zelfmanagement

Zelfmanagement Web

(Klik voor een grotere afbeelding)

Bron: hr.nl/zelfmanagementweb

Voor de stap Achterhalen zijn diverse hulpmiddelen beschikbaar.

  1. Rake vragen
  2. QUEZ vragen
  3. ZelfredzaamheidsRadar (voor de thuiszorg)
  4. Zelfmanagement Web (voor verpleegkundige consulten)
  5. Werkblad Samen Ontdekken
  6. Gesprekskaart Baas over je eigen gezondheid
  7. Voor zorg in verpleeghuizen kan je hier voorbeelden vinden:

Valkuilen bij Achterhalen:

  • Te snel concluderen dat de voorkeuren van de zorgvrager al bekend zijn. Bijvoorbeeld omdat de persoon allang in zorg is, en de zorgverlener ervan uitgaat dat wensen en voorkeuren hetzelfde blijven over de tijd.
  • Teveel uitgaan van eigen waarden en normen van de zorgverlener. Bijvoorbeeld: een verzorgende hecht veel waarde aan zelfstandig wassen en aankleden. In haar beleving is het goed om zoveel mogelijk zelf te doen, terwijl de cliënt misschien andere prioriteiten heeft: zijn energie bewaren voor andere activiteiten.

Daarom is het van belang om regelmatig na te vragen wat de behoeftes en voorkeuren zijn van de zorgvrager en zijn omgeving.

5A-model Stap 2: Adviseren

stap adviseren uit het 5 a model

Bij Adviseren gaat het erom dat de zorgverlener gerichte voorlichting en instructie geeft als de zorgvrager daarvoor open staat en behoefte aan heeft. Deze informatie moet aansluiten bij de voorkeuren van de zorgvrager: zowel inhoud van de informatie als de wijze waarop de informatie wordt gegeven moet passend zijn. De zorgverlener moet vaststellen of de zorgvrager de informatie goed begrepen heeft. Of liever: of zij het goed heeft uitgelegd. Dit kan zij doen door de zorgvrager de informatie terug te laten vertellen (terugvertelmethode).

De zorgverlener geeft voorlichting en instructie over de behandeling, gezonde leefstijl of hoe de zorgvrager kan omgaan met de aandoening, waarbij zij:

  • Bij elk contact vraagt aan welke informatie de zorgvrager behoefte heeft
  • Vraagt of de zorgvrager open staat voor informatie of advies
  • Toestemming vraagt aan de zorgvrager om informatie of advies te geven
  • De zorgvrager de informatie die zij heeft gegeven door de zorgvrager terug laat vertellen
  • Zorgt dat de informatie en instructie duidelijk, passend en concreet is
  • De zorgvrager vertelt op welke klachten hij moet letten
  • De zorgvrager helpt met het formuleren van vragen voor gesprekken met andere zorgverleners
  • Aangeeft aan de zorgvrager welke keuzes hij heeft (die hij met zorgverleners kan bespreken) ► Zie Stap 3
  • De familie betrekt bij het geven van voorlichting en instructie.

Hulpmiddelen en valkuilen bij Adviseren

https://www.youtube.com/watch?v=ftmIAvI_8k0

Er zijn veel hulpmiddelen bij het geven van advies en instructie. Adviseren kan mondeling, schriftelijk (folders, boeken) en digitaal (internet, websites, apps).
Vraag daarom welke informatie mensen zelf al hebben opgezocht en waar ze al veel of juist nog weinig over weten. Waar ze meer over zouden willen weten of wat ze zouden willen leren. Veel mensen met chronische gezondheidsproblemen zijn expert op het dagelijks leven met hun aandoening. Ze kunnen minder behoefte hebben aan “medische” kennis, maar meer aan praktische tips en handvaten. Lotgenoten (bijvoorbeeld via patiëntenorganisaties) kunnen deze tips ook geven.
Om zeker te weten dat informatie is begrepen maakt de zorgvrager gebruik van de terugvraagmethode.

Zorgverleners kunnen zorgvragers ook helpen bij het stellen van goede vragen. Wijs mensen op

Valkuilen bij Adviseren:

  • Geven van goedbedoelde, maar ongevraagde adviezen. Ook al hebben zorgverleners de beste bedoelingen, zulke adviezen hebben geen effect. Het is beter als de zorgvrager zelf tot inzicht komt en oplossingen aandraagt.
  • Algemene educatie geven die niet aansluit bij de behoeften, of vertellen wat mensen al weten (dat roken slecht is en bewegen goed). Bespreek liever welke concrete mogelijkheden er zijn en verwijs naar betrouwbare websites.
  • Ervan uitgaan dat informatie in een keer wordt begrepen of dit niet navragen.
  • Denken dat voorlichting en educatie voldoende zijn voor de zorgvrager om tot gedragsverandering te komen. Of denken dat informatie genoeg is om tot actie over te gaan: “ik heb hem toch uitgelegd wat de gevaren zijn, maar toch doet hij er niets mee”.

Zelfmanagementondersteuning houdt dus zeker niet op bij educatie en instructie geven. Kennis is wel een voorwaarde, maar er is veel meer voor nodig om iemand tot gedragsverandering aan te zetten. Er moeten concrete stappen worden gezet - dat wil zeggen: er moeten doelen worden gesteld. Dat is stap 3: Afspreken.

5A-model Stap 3: Afspreken

Stap afspreken uit het 5 a model

Bij de stap Afspreken gaat het erom dat de zorgverlener de zorgvrager helpt bij het formuleren van haalbare doelen en activiteiten, passend bij de situatie van de zorgvrager, en deze afspraken vastlegt in het zorgplan. Als de zorgvrager voldoende is geïnformeerd (Stap 2) en de zorgverlener weet wat voor hem belangrijk is in het leven (Stap 1), kunnen zij samen doelen kunnen opstellen en afspraken maken. Het is belangrijk dat de zorgvrager vertrouwen heeft in eigen kunnen. Dit vertrouwen wordt vergroot door (kleine) successen. Met het nastreven en vervolgens bereiken van kleine doelen is de kans op succes groter. Ook het delen van ervaringen met anderen kan zorgvragers helpen om meer vertrouwen in hun eigen kunnen te krijgen. Verder is het belangrijk dat de zorgvrager zelf doelen kiest, omdat de kans dan groter is dat het lukt om deze te bereiken.

De zorgverlener spreekt met de zorgvrager af aan welke doelen hij gaat werken. Hierbij zal de zorgverlener:

  • Met de zorgvrager zoeken naar eerdere positieve ervaringen met het bereiken van doelen
  • De doelen samen met de zorgvrager opstellen
  • De zorgvrager prioriteiten laten stellen bij het opstellen van doelen
  • Samen met de zorgvrager een plan opstellen over hoe de zorgvrager aan de doelen gaat werken
  • De doelen en afspraken vastleggen in het zorgdossier
  • De zorgvrager helpen om een besluit samen te nemen – eventueel ook met andere zorgverleners
  • Onzekerheid bij de zorgvrager herkennen over het nemen van een besluit.

Dezelfde uitgangspunten van samen beslissen zijn ook van toepassing bij het nemen van besluiten over de zorgverlening of behandeling: hierover gaat hoofdstuk 4 Samen beslissen.

Hulpmiddelen en valkuilen bij Afspreken

https://www.youtube.com/watch?v=C5dqH9UdpA8

Er zijn verschillende hulpmiddelen om het afspreken van doelen te ondersteunen. Bijvoorbeeld:

Valkuilen bij Afspreken:

  • De doelen komen meer van de zorgverlener dan van de zorgvrager. Ze worden dan niet in gezamenlijkheid vastgesteld, maar slechts aan de zorgvrager voorgelegd ter ‘goedkeuring’.
  • Stellen van haalbare doelen is lastig voor veel zorgvragers. Soms willen zij te grote stappen maken, of kunnen zij zich geen voorstelling maken van wat haalbaar en realistisch is. De zorgverlener kan op grond van haar ervaring met andere zorgvragers voorbeelden geven van doelen of tussenstappen die werken of juist niet. De zorgvrager maakt uiteindelijk de keuze.
  • Te snel willen besluiten. Vaak heeft de zorgvrager tijd nodig om een afweging van voor- en nadelen te kunnen maken en te overleggen met familie. Bied daar ruimte voor, stel een ‘time-out’ voor (stel het besluit uit tot een volgend contact).

5A-model Stap 4: Assisteren

Stap assisteren uit het 5a model

Bij Assisteren gaat het erom dat de zorgverlener de zorgvrager op coachende wijze ondersteunt bij het aanleren van vaardigheden die de zorgvrager nodig heeft om de aandoening in zijn leven in te passen, rekening houdend met zijn individuele situatie. Dit wil zeggen dat de zorgverlener met de zorgvrager bespreekt wie hem kan ondersteunen bij de activiteiten en handelingen waarbij hij ondersteuning nodig heeft. Wanneer het een zorgvrager niet lukt bepaalde handelingen zelf uit te voeren, zal de zorgverlener samen met de zorgvrager mogelijkheden zoeken waardoor de zorgvrager toch zo zelfstandig mogelijk kan functioneren. Zo kan bijvoorbeeld zorgtechnologie ingezet worden.

De zorgverlener assisteert de zorgvrager, waarbij zij:

  • De zorgvrager aanmoedigt dagelijkse taken waar mogelijk zelf uit te voeren
  • De zorgvrager leert hoe hij dat kan doen (eventueel met hulpmiddelen of steun van naasten)
  • De zorgvrager helpt om activiteiten te kiezen die hij goed aankan zodat succes kan worden geboekt
  • Met de zorgvrager bespreekt van wie hij dagelijkse ondersteuning kan krijgen (familie, vrienden, netwerk)
  • Met de zorgvrager bespreekt hoe hij aan de slag kan met behulp van zelfmanagementhulpmiddelen
  • De zorgvrager assisteert om zijn eigen gezondheid en lichamelijke reacties te monitoren
  • De naasten van de zorgvrager ondersteunt bij het omgaan met de aandoening

Hulpmiddelen en valkuilen bij Assisteren

https://www.youtube.com/watch?v=-zaLtMgMUeU

Er zijn talloze hulpmiddelen om de zorgvrager en zijn omgeving te assisteren bij de uitvoering van gemaakte afspraken.

Valkuilen bij Assisteren:

  • Te weinig tijd nemen voor instructie en voor het leren omgaan met een hulpmiddel met als gevolg dat de zorgvrager dit niet gebruikt
  • Niet controleren of de instructie begrepen is
  • Overnemen van zorg door de zorgverlener, bijvoorbeeld omdat het veel sneller gaat als zij het zelf doet, of omdat ze denkt dat de zorgvrager of omgeving niet in staat is om het zelf te doen
  • Alle taken bij de mantelzorg neerleggen, met als gevaar dat de mantelzorger wordt overbelast

5A-model Stap 5: Arrangeren

Stap arrangeren uit het 5a model

In deze stap maakt de zorgverlener afspraken met de zorgvrager maakt voor het vervolg. Wanneer de zorgverlener de afspraken met de zorgvrager goed vastlegt in een zorgdossier, kunnen deze op een later moment worden opgevolgd. Dat verbetert de continuïteit in de zorg. Dit hangt af van de setting waarin de zorgverlener en zorgvrager elkaar ontmoeten. Het kan ook gaan om een overdracht naar een andere zorgverlener die goed geregeld moet zijn.

De zorgverlener bespreekt met de zorgvrager wanneer en hoe hij vervolgcontact wil. Voor de ene zorgvrager werkt het beter om regelmatig contact te hebben, een ander heeft voldoende zelfvertrouwen om zelf aan de gang te gaan. Voor een zorgvrager is het belangrijk om altijd de mogelijkheid te hebben om tussendoor contact op te nemen. De zorgverlener laat de zorgvrager dus niet ‘los’ zonder te bespreken of er een goede opvolging van de zorg is. Voor sommige functies is het belangrijk dat de zorgverlener de sociale kaart kent, zodat zij zorgvragers zo nodig kan doorverwijzen naar andere zorgverleners. Zorg bij doorverwijzing zo mogelijk voor een 'warme' overdracht zodat de zorgvrager weet naar wie hij wordt doorverwezen.

De zorgverlener arrangeert het vervolgcontact met de zorgvrager. Zij:

  • Legt de afspraken die zijn gemaakt vast in het zorgdossier
  • Vraagt de zorgvrager wat voor hem een goed moment en een goede manier is voor een vervolgafspraak
  • Verwijst de zorgvrager zo nodig naar de juiste hulpverlener of instantie en zorgt zo mogelijk voor een warme overdracht
  • Informeert andere zorgverleners en stemt de zorg met hen af
  • Begeleidt de zorgvrager op afstand met behulp van ondersteunende hulpmiddelen zoals eHealth
  • Biedt de mogelijkheid aan de zorgvrager om op een laagdrempelige manier tussendoor contact op te nemen
  • Moedigt de zorgvrager aan om tussendoor contact op te nemen als zijn gezondheidstoestand daarom vraagt, of neemt zelf contact op om eventuele knelpunten op te lossen
  • Kijkt samen met de zorgvrager hoe de uitvoering van het individuele zorgplan verloopt

Hulpmiddelen en valkuilen bij Arrangeren

https://www.youtube.com/watch?v=wvxRu9lESa8

Hulpmiddelen bij arrangeren zijn:

  • zorgdossier en overdrachtsformulieren. Deze zijn onmisbaar voor een soepele overgang van de ene naar de andere zorgverlener of collega. Een kaartje met voorbeeldzinnen voor de verslaglegging van het proces van zelfmanagementondersteuning in het dossier vind je in Hoofdstuk 8.
  • eHealth voor ‘zorg op afstand’ te krijgen
  • eHealth (bv. apps) of andere hulpmiddelen (dagboek) voor het monitoren van de gezondheidstoestand
  • Crisissignaleringsplan of Crisiskaart om de zorgvrager uit de ggz (en ook zijn omgeving) inzicht te geven in symptomen waaruit blijkt dat het niet zo goed met hem gaat en in de gemaakte afspraken over wanneer welke acties noodzakelijk zijn.

Valkuilen bij Arrangeren:

  • Arrangeren krijgt bij zorgverleners minder aandacht dan de andere stappen van het 5A-model. Organisatorische taken en registratie worden als vanzelfsprekend en als belastend ervaren. Maar voor zorgvragers en hun omgeving is het belangrijk dat er aandacht is voor de opvolging en organisatie van zorg. Dat neemt veel onrust en zorgen weg. Slechte coördinatie van zorg kan ook leiden tot verspilling en overbodige zorg.
  • Het gebruik van monitoringsinstrumenten kan ertoe leiden dat zorgvragers zich overmatig richten op het monitoren van symptomen. Dit kan leiden tot overmatige angst of overbodig gebruik van zorg
  • Niet terugkomen op gemaakte afspraken kan leiden tot teleurstelling of demotivatie bij de zorgvrager

De acht opdrachten bij hoofdstuk 2 helpen de (aankomende) zorgverleners om het proces van zelfmanagementondersteuning te herkennen en in de praktijk toe te passen. In alle opdrachten worden praktijksituaties gebruikt of verzameld.

  • Opdracht 1 nodigt uit om anders te kijken naar een ‘lastige zorgvrager’
  • Opdracht 2 gaat over Achterhalen in de wijk
  • Opdracht 3 over Adviseren met de ZelfredzaamheidsRadar
  • Opdracht 4 over Afspreken bij de diabetesverpleegkundige, hierbij wordt het  Zelfmanagement Web gebruikt
  • Opdracht 5 gaat over Assisteren in de ggz met de Crisiskaart
  • Opdracht 6 over Arrangeren (aan de hand van de observatie van een ontslaggesprek)
  • Opdracht 7 behandelt valkuilen en tips bij het 5A-model
  • In opdracht 8 ga je kijken naar de wijze van rapporteren over zelfmanagementondersteuning

Stuur je eigen materiaal in >

Opdracht 1: De lastige zorgvrager: een andere kijk (praktijkopdracht)

Zorgverleners vinden iemand die goed weet wat hij wil soms lastig, zeker als hij keuzes maakt die een zorgverlener graag anders zou zien. Ook wanneer de zorgvrager heel passief is of geen behoefte zegt te hebben aan zorg, kan het voor de zorgverlener moeilijk zijn om deze keuze van de zorgvrager te respecteren. Want je weet dat er vaak meer problematiek achter dit gedrag zit. In deze opdracht ga je op zoek naar het verhaal achter een ‘lastige zorgvrager’.

Ga op je stageplek/afdeling op zoek naar iemand bij wie jij de zorgverlening soms lastig vindt, of een zorgvrager (of familielid) waar je collega’s over klagen. Vraag toestemming voor een gesprek met hem/haar. Leg uit waarom jij deze opdracht gaat doen: om beter te begrijpen wat voor hem/haar belangrijk is in het leven en wat het betekent om zorg te moeten ontvangen.

  • Geef aan dat je geïnteresseerd bent in wat hem in het leven bezighoudt
  • Maak een lijstje met open vragen waarin je belangstelling toont voor het leven wat de zorgvrager geleid heeft/ leidt. Vraag naar wat belangrijk is, wat positieve zaken zijn waar hij aan terugdenkt, of zaken waar hij zich zorgen om maakt.
  • Vraag ook naar de beleving van de zorgverlening. Wat zou beter kunnen? Wat is lastig?
  • Schrijf dan een kort verslag over wat dit gesprek je heeft geleerd. Heeft het je meer inzicht gegeven in de achtergronden van gedrag? Of in onvervulde behoeftes? Was het moeilijk om oprechte belangstelling te hebben voor zijn verhaal? Welke lessen trek je uit dit gesprek?

Alternatieve opdracht: De Meest Irritante BN'er

Welke persoon zouden jullie nomineren voor de titel Meest Irritante Bekende Nederlander van het jaar?

  • Leg uit waarom: Benoem zoveel mogelijk factoren/eigenschappen aan deze persoon die je ergeren
  • Deze persoon is niet voor niets bekend en succesvol. Benoem nu welke zaken jullie waarderen in deze persoon.

Opdracht 2: Achterhalen in de praktijk van de wijk (kijkopdracht, discussie)

  • Bekijk de video ‘Probleeminventarisatie wijkverpleegkundige’
  • Bespreek met elkaar hoe de wijkverpleegkundige de stap ‘Achterhalen’ bij meneer T uitvoert.
  • Wat zijn de ‘tops’ en ‘tips’ voor de wijkverpleegkundige?
  • Welke valkuilen bij Achterhalen herkennen jullie in deze video?

Opdracht 3: Adviseren met de ZelfredzaamheidsRadar (kijkopdracht, discussie)

Uitleg en invulinstructie (Locomotion en VKI, 2015)

https://www.youtube.com/watch?v=D2g4qOQb6y8

ZelfredzaamheidsRadar: Een filmportret over wijkverpleegkundigen

https://www.youtube.com/watch?v=qRcRQWUq7E8

Een hulpinstrument om de zelfredzaamheid van een zorgvrager in kaart te brengen is de ZelfredzaamheidsRadar. Meer informatie over dit instrument vind je bij opdracht 3 van hoofdstuk 1. In deze opdracht bekijk je hoe een wijkverpleegkundige een zorgvrager adviseert over hulpmiddelen die de zelfredzaamheid kunnen verbeteren.

  1. Bekijk de video over de ZelfredzaamheidsRadar.
  2. Bekijk dan video ZelfredzaamheidsRadar. Hoe wordt de ZelfredzaamheidsRadar door de wijkverpleegkundige ingezet om tot een advies te komen over hulpmiddelen?
  3. Welke valkuilen herken je?
  4. Denk je dat de ZelfredzaamheidsRadar geschikt is voor gebruik in het ziekenhuis of in een verpleeghuis? Leg uit waarom (niet).

Opdracht 4: Afspreken in de praktijk bij de diabetesverpleegkundige (kijkopdracht, discussie)

https://www.youtube.com/watch?v=qZkmAXQE2Ug

Bekijk in de klas de video-opname van het consult door Verpleegkundig Specialist Diabetes M.. Beantwoord dan de volgende vragen:

  • Hoe pakt de verpleegkundige het afspreken met de patiënt aan? Streeft zij ernaar om samen met de zorgvrager haalbare doelen af te spreken?
  • Herken je valkuilen die zijn benoemd bij 'Afspreken'?
  • Welke andere stappen uit het 5A model herken je?
  • Geef M. feedback in de vorm van 'tops' en 'tips'.

Bekijk dan de animatie over het 5A model aan de hand van werken met het Zelfmanagement Web. Lees hier een korte instructie over het gebruik daarvan.

Opdracht 5: Assisteren in de praktijk: de Crisiskaart (kijkopdracht, discussie)

Animatie

https://www.youtube.com/watch?v=qALAsGZjYQw

Nadere uitleg over de Crisiskaart

https://www.youtube.com/watch?v=f10UAGqVy9E

Bekijk de animatie en de video over de Crisiskaart en het Crisiskaartplan. Uniek aan de Crisiskaart is dat iemand die een psychische crisis heeft doorgemaakt deze samen met een ervaringsdeskundige (de crisiskaartconsulent) invult.

  • Hoe helpt de Crisiskaart om een cliënt meer eigen regie te geven?
  • Vinden jullie de Crisiskaart een voorbeeld van ‘Assisteren’?
  • Welke andere stappen uit het 5A model herken je in de Crisiskaart?
  • Welke rol kan de zorgprofessional spelen bij de Crisiskaart?
  • Zou jij een familielid die een psychische crisis heeft doorgemaakt adviseren de Crisiskaart bij zich te dragen? Waarom wel of niet?

 

Opdracht 6: Arrangeren in de praktijk: het ontslaggesprek (praktijkopdracht)

Deze opdracht is geschikt om uit te voeren tijdens een stage op een afdeling met tijdelijk opgenomen patiënten (ziekenhuis, geriatrische revalidatie in verpleeghuis).

  • Observeer een ontslaggesprek van een zorgverlener met een zorgvrager
  • Bereid een aantal aandachtspunten voor, bijvoorbeeld over de wijze waarop vragen gesteld worden, of er gezamenlijk afspraken worden gemaakt enzovoort.
  • Reflecteer kort op hoe de zorgverlener de stap ‘arrangeren’ uit het 5A-model uitvoert. Herken je eventuele valkuilen?
  • Hoe betrekt de zorgverlener de familie/ naaste omgeving van de zorgvrager bij het arrangeren van het ontslag? Waarom is dit belangrijk?

Opdracht 7: Valkuilen en tips bij het 5A-model: rollenspel (groepsopdracht, reflectie)

Valkuilen bij het 5A-model zijn in korte filmpjes toegelicht:

Deze opdracht is geschikt om de stappen uit het 5A-model te trainen.

  • Voorbereiding: Bestudeer de tekst over de valkuilen bij elke stap van het 5A-model.
  • Bekijk daarna in de groep een voor een de korte filmpjes over valkuilen bij elke stap van het 5A-model. In elk filmpje wordt een praktijksituatie nagespeeld en worden een (of meerdere) valkuilen uitgebeeld.
  • Bespreek de reflectie van de zorgvrager en de tips aan het eind van elk filmpje. De tips lees je ook hier terug. Vinden jullie deze tips van toepassing op de spelsituatie?
  • Oefen dan in een rollenspel (in tweetallen) dezelfde situatie, maar gebruik daar de tips bij.
  • Bespreek met elkaar wat je hebt geleerd van deze opdracht.

Opdracht 8: Rapporteren over het proces van zelfmanagementondersteuning (praktijkopdracht)

Deze opdracht is geschikt om uit te voeren tijdens een stage/in de praktijk.

  • Bestudeer het zorgplan en de rapportages over de geleverde zorg bij ten minste 5 zorgvragers waar jij betrokken bent bij de zorgverlening.
  • Kan je in de rapportages terugvinden dat de stappen van het 5A-model (gedeeltelijk) zijn doorlopen? Zie je aanwijzingen dat er behoeftes zijn achterhaald, opties zijn voorgelegd en gezamenlijk afspraken zijn gemaakt?
  • Schrijf een paar goede en minder goede voorbeelden van rapportage over zelfmanagement op. Zorg dat de voorbeelden geanonimiseerd zijn. Laat je inspireren door deze voorbeeldzinnen.
  • Bespreek dit met je stagebegeleider/een collega. Wat zou beter kunnen in de rapportages?
  • Bedenk voordelen van een betere rapportage over zelfmanagement(ondersteuning).

Deel deze pagina Facebook Twitter LinkedIn E-mail