Kennisbundel Zelfmanagement-ondersteuning

Vilans

Familiegerichte zelfmanagementondersteuning

Naasten en familie kunnen op verschillende manieren bijdragen aan het zelfmanagement van een persoon met een chronische aandoening. Ook al hebben zorgvragers zoveel mogelijk zelf de regie, hun omgeving speelt vaak een belangrijke rol en helpt bij het nemen van besluiten. Naasten moeten ook leren omgaan met de aandoening in het dagelijks leven. Daarom is het belangrijk dat zorgverleners ook de familie betrekken in het zorgproces.

Doe het samen

“Mantelzorgers en zorgverleners moeten het samen doen. Je moet elkaar vragen durven stellen, niet invullen voor elkaar en je geen zorgen maken over regels en procedures. Je moet het gewoon doen.” (Mieka Vroom, mantelzorger van moeder in een verpleeghuis)

Onvermijdelijk

“De beslissing om mijn vrouw naar het verpleeghuis te brengen, is voor mij het lastigst geweest. Ja, want ik vind d’r zo lief. We hadden elkaar trouw beloofd, in voor- en tegenspoed. En nu moest ik haar uit handen geven. Het was onvermijdelijk. Fysiek was ik aan het einde.” (Meneer Mulder, mantelzorger)

Familiegerichte zelfmanagementondersteuning past bij het uitgangspunt van de participatiesamenleving dat burgers waar mogelijk voor zichzelf en elkaar zorgen. Bij het ondersteunen van zelfmanagement gaat het nooit om de zorgvrager alleen. Elke zorgvrager is onderdeel van een sociaal systeem dat invloed heeft op zijn zelfmanagement. Daarom is het belangrijk dat zorgverleners aandacht besteden aan de positie en rol van de naasten in het proces van zelfmanagementondersteuning. In kaart brengen hoe het sociale systeem van de zorgvrager eruitziet en wat de mogelijkheden en beperkingen ervan zijn is daarom altijd van belang, ook als de zorgvrager het alleen zou kunnen. Bij familiegerichte zelfmanagement maakt de zorgverlener de samenwerking en ondersteuning tussen zorgvrager, naasten en zorgverlener altijd onderwerp van gesprek. Dat is nodig omdat mensen zich vaak niet herkennen in woorden zoals mantelzorger of informele zorgverlener.

Informele zorg en mantelzorg; de definities

De bijdrage van familie en naasten aan zorg en zelfmanagement is een voorbeeld van informele hulp. Informele zorg is ‘alle hulp aan mensen met uiteenlopende gezondheidsproblemen die niet wordt gegeven in het kader van een beroep’. Het kan gaan om hulp die mensen aan elkaar geven vanwege de onderlinge band die zij hebben (mantelzorg) maar ook om vrijwilligerswerk in zorg en ondersteuning. Informele zorgverleners bieden bijvoorbeeld emotionele steun, begeleiding bij het regelen van afspraken of aanvragen van zorg of ondersteuning, administratieve hulp, vervoer, hulp bij het huishouden of bij de persoonlijke verzorging.

Bij mantelzorg gaat het om ‘ondersteuning en zorg die mensen vrijwillig en onbetaald verlenen aan mensen met fysieke, verstandelijke of (sociaal)psychiatrische beperkingen in hun familie, huishouden of bredere sociale netwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de echtparen of koppels bij mensen met dementie.
Een naaste helpen is vaak een vanzelfsprekendheid en komt dan ook veel voor. Mensen zien zichzelf dan ook vaak niet als ‘mantelzorger’.

Bij familieparticipatie gaat het om alle zorgsituaties in de thuissituatie, tijdens het spreekuur van de huisartsen of fysiotherapeut of bij een bezoek aan de polikliniek, in het ziekenhuis of in het verpleeghuis. Zorgverleners moeten in zorgsituaties blijven onderzoeken of de familie ondersteuning nodig heeft. Dit doe je door goed naar de familie te luisteren en waar nodig te ondersteunen op informatief, praktisch of emotioneel gebied.

Rollen van naasten en taken van de zorgverlener

https://vimeo.com/39467480

Bij familieparticipatie wordt meestal gedacht aan een directe rol in de uitvoering van de zorg, maar familie kan ook op andere wijzen participeren. Zij vervullen soms verschillende rollen tegelijkertijd, zoals:

  • Mantelzorger: leveren van persoonlijke zorg, praktische hulp of emotionele bijstand
  • Partner/co-begeleider: participeren in opstellen en uitvoeren van het zorgplan
  • Expert/informatiebron: om de zorgvrager beter te leren kennen, voor diagnostiek en monitoring
  • Zorgvrager: de naaste zoekt hulp voor zichzelf vanwege overbelasting

De zorgverlener moet zich bewust  zijn van de verschillende rollen van de familie en haar taken daarop afstemmen. Dit kan met behulp van het SOFA-model:

Voorbeeld van het SOFA model

(Klik voor een grotere afbeelding)

Samenwerken

  • Informatie geven over zorg/ziekte
  • Betrekken bij de zorg, meebeslissen: participeren in het behandelplan
  • Zorgvaardigheden aanleren
  • Bieden van praktische hulp en emotionele ondersteuning

Ondersteunen

  • Emotionele ondersteuning geven, bijdrage van naaste erkennen (validatie)
  • Problemen signaleren (bv. overbelasting)
  • Verwijzen naar ondersteuning (respijtzorg, vrijwilligers, lotgenotencontact)
  • Afspraken maken om de zorg over te nemen

Faciliteren

  • Zorgen voor voldoende privacy
  • Zorgen dat naasten ook tijd hebben om leuke dingen te doen met de zorgvrager en hun rol als kind, partner of vriend kunnen behouden

Afstemmen

  • Informeren bij de naaste over wensen t.a.v. de zorg en hierbij aansluiten
  • Bij de naasten navragen wat grenzen zijn in zorgverlening
  • Aan naasten aangeven wat de grenzen zijn van professionele zorg

Zie hier voor een toelichting op het SOFA-model.

Model familiegerichte zelfmanagementondersteuning

Model zelfmanagementondersteuning

(Klik op de afbeelding voor een groter formaat)

Bron: Simmens et al. 2015

Van zorgverleners wordt verwacht dat zij de familie bij zelfmanagementondersteuning betrekken – waar dat mogelijk is en wordt gewenst door de zorgvrager. Niet alleen de zorgvrager is jouw zorg, ook de familie verdient aandacht. De zorgverlener benadert de zorgvrager en zijn omgeving als een sociaal systeem van mensen waar hij zorg voor draagt – het doel is dat systeem zodanig te ondersteunen dat zorgvrager en familie goed voor zichzelf én elkaar kunnen zorgen.
Stel daarom de volgende vragen aan zorgvragers:

  • Wie in uw naaste omgeving is betrokken bij de situatie waarin u momenteel verkeert?
  • Vindt u het goed deze persoon uit te nodigen om zijn kijk op de zaak te bespreken?

Het model ‘familiegerichte zelfmanagementondersteuning’ helpt:

  • om als zorgverlener over familieparticipatie na te denken of hierover met collega’s te praten
  • bij het evalueren of en hoe familieparticipatie bij zelfmanagement is gerealiseerd
  • om in het gesprek met de zorgvrager en/of zijn familie om te verhelderen hoe de familie wil, kan en van de zorgvrager betrokken mag worden bij zelfmanagement
  • om in kaart te brengen welke ondersteuning de familie nodig heeft van de zorgverlener.

In het middelpunt van het model staat de zorgvrager. Daaromheen staan de aandachtsgebieden: ‘stimuleren familieparticipatie’ en ‘ondersteunen familie’. Het model benadrukt dat de zorgverlener niet alleen in de begin (oriëntatie) onderzoekt hoe de familie betrokken is of kan worden, maar hen ook bij de volgende stappen actief betrekt en ondersteunt. Daarbij richt de zorgverlener zich op de zorgvrager, of op de zorgvrager en zijn familie samen. Iedereen is in principe wilsbekwaam, totdat het tegendeel bewezen is. Iemand is wilsonbekwaam als hij de informatie van de arts niet (meer) kan begrijpen en afwegen, niet begrijpt wat de gevolgen van zijn besluit zijn en/of geen besluit kan nemen.
Bij (tijdelijk) niet-wilsbekwame zorgvrager, richt de zorgverlener zich alleen op de familie.

Interventies om de familie te ondersteunen kennen drie vormen: informatief, praktisch en emotioneel. Bij elke vorm kan de zorgverlener steun bieden die enerzijds gericht is op de zorgvrager (goede uitkomsten van zelfmanagement) en anderzijds op de familieleden zodat deze hun bijdrage goed kunnen volhouden.

Het is belangrijk om alert te zijn op overbelasting van de familie en de kans daarop bespreekbaar te maken. Mantelzorgers die zwaarbelast zijn hebben meer behoefte aan ondersteuning. Een van de interventies om steun te geven aan mantelzorgers is respijtzorg. Hierbij wordt de totale zorg tijdelijk overgenomen door beroepskrachten of vrijwilligers in de vorm van thuisopvang, dagopvang en kortdurende opname. Mantelzorgers die intensieve zorgtaken kunnen hierdoor tijdelijk ontlast worden.
Om overbelasting te signaleren kunnen instrumenten zoals de Caregiver Strain Index (CSI), de Ervaren Druk Door Informele zorg (EDIZ) of de EDIZ-plus (voor mantelzorgers bij mensen met dementie) worden ingezet.

Hulpmiddelen voor familieparticipatie

Triadekaart

https://www.youtube.com/watch?v=U-zI5Mv_7F4

Voor wie in de praktijk aan de slag wil met familiegerichte zelfmanagementondersteuning zijn er verschillende bronnen die concrete hulpmiddelen bieden:

Omdat mantelzorgers makkelijk overbelast dreigen te raken, kunnen hun emoties hen soms ook in de weg zitten en uitdagend zijn in de communicatie. Het betrekken van en communiceren met mantelzorgers vraagt altijd goede gespreksvaardigheden en het omgaan met emoties van zowel jouzelf als de ander. Lees hier enkele tips daarover.

Hier noemen we voorbeelden van hulpmiddelen bij familieparticipatie:

  • Mantelscan; deze brengt breed in beeld of de mantelzorger en/of het sociale netwerk ondersteuning nodig heeft en in welke vorm.
  • Voorbeeldvragen voor een familiegesprek. Deze lijst met vragen kan worden gebruikt om de participatiewensen en ervaringen van zorgvrager met dementie en familieleden in het verpleeghuis in kaart te brengen
  • Eigen Kracht Conferenties. Eigen Kracht gaat over zelf de regie houden ook als mensen te maken krijgen met hulpverlening. In de conferenties werken zorgvragers samen met de mensen die belangrijk voor hen zijn aan een plan met oplossingen. Ondersteuning van hulpverleners sluit daarop aan. Zo houdt iedereen regie over zijn eigen aandeel.
  • ‘Natuurlijk, een netwerkcoach’ (Mezzo, Movisie 2016). Hierbij zet een getrainde vrijwillige netwerkcoach zich in om een zorgvrager te coachen in het activeren, versterken of uitbreiden van het sociale netwerk.
  • Gesprekskaarten Bijvoorbeeld:
    • De Triadekaart (Ypsilon 2015), biedt handvaten voor familieparticipatie bij mensen met schizofrenie. Om afspraken te maken over de inbreng van naasten in de behandeling, moet eerst duidelijk zijn wat ieders wensen zijn. In het triadegesprek worden de aangekruiste onderwerpen doorgenomen en worden afspraken gemaakt in de driehoek tussen zorgvrager, familie en zorgverlener. De Triadekaart:
      • is een kapstok om met elkaar in gesprek te komen.
      • maakt concreet wat naasten wel én niet aan de zorg bijdragen.
      • maakt duidelijk welke ondersteuning zij daarbij zelf nodig hebben.
      • signaleert taken die blijven liggen.
      • geeft een beeld van het verloop door de tijd heen.
    • De gesprekskaart ‘Hoe nu verder?’ is ontwikkeld voor mensen die zijn opgenomen op de Intensive Care en hun familie (Gelderse Vallei en Rijnstate 2015). Deze kaart wordt gebruikt als voorbereiding op het familiegesprek op de IC waarin de mogelijkheden voor behandeling, de voor- en nadelen maar ook de familiewensen en verwachtingen aan bod komen. Zo wordt de zorg beter afgestemd op de wensen en behoeften van zorgvrager en naasten, en wordt de familie vroeg bij behandelbeslissingen betrokken.
  • Psycho-educatie van familieleden: een scholingsprogramma gericht op het geven van informatie over de symptomen en behandeling. Door familieleden actief te betrekken bij de voorlichting en behandeling kunnen betere behandelresultaten worden geboekt en ervaren zij zelf ook steun en houvast. Een voorbeeld is dementieonline.nl.
  • Een online training helpt familieleden om het veranderende gedrag van iemand met dementie te begrijpen en geeft tips er beter mee om te gaan.
  • Ondersteuning van allochtone mantelzorgers. Mantelzorgers van de eerste en tweede generatie migranten hebben het vaak zwaar, zoals in deze factsheet van Movisie wordt besproken. Zij zetten echter niet gemakkelijk de stap naar de ondersteuning. Gebrek aan kennis en culturele barrières spelen daarin mee, maar ook de angst om hulp te vragen aan onbekende organisaties. De ‘Handreiking Ondersteuning van allochtone mantelzorgers’ geeft aandachtspunten en tips voor de samenwerking.

Positieve en negatieve gevolgen van familieparticipatie

positief en negatief

Familieparticipatie kan zowel positieve als negatieve gevolgen hebben. Dit is afhankelijk van hoe de zorgvrager de geboden steun waardeert. Positieve gevolgen zijn bijvoorbeeld dat zelfmanagement beter lukt als zorgvragers positieve sociale steun ervaren van familie. Onderzoek laat zien dat er dan minder depressie en angst en betere kwaliteit van leven is bij zowel zorgvrager als familie. De familie kan positieve bevestiging geven aan de zorgvrager, en hem ook daadwerkelijk ondersteunen. Bijvoorbeeld door samen de geadviseerde lichaamsbeweging te nemen of het aanbevolen dieet zoveel mogelijk in te passen in het eetpatroon van het gezin. Het vermogen van de zorgvrager om zijn gedrag (blijvend) aan te passen wordt positief beïnvloed als de omgeving actief mee verandert.

Negatieve gevolgen kunnen ontstaan doordat de familie vanuit overbezorgdheid, angst voor een verslechterende gezondheid of twijfel over het vermogen van een zorgvrager goedbedoelde maar verkeerde adviezen geeft. Of onnodig veel van de zorgvrager overneemt. Soms ook heeft de omgeving onrealistische verwachtingen van een zorgvrager. Of de familie ziet het nut van geadviseerde leefstijladviezen niet in en zal minder moeite doen om de zorgvrager te ondersteunen. Dit kan ertoe leiden dat de zorgvrager zijn zelfvertrouwen kwijtraakt en minder actief is in zijn zelfmanagement. In zulke gevallen ervaren zorgvragers de bemoeienis van hun familie soms als een belemmering. Zorgvragers kunnen ook terughoudend zijn om hulp van de omgeving te vragen of zich verplicht voelen om dankbaar te zijn voor de geboden mantelzorg. Dan kunnen (rol)conflicten ontstaan over de doelen of de uitvoering van zelfmanagement.

Ook voor mantelzorgers zijn er positieve en negatieve gevolgen. Een familielid dat intensief voor haar partner zorgt, voelt zich soms behalve echtgenote ook verpleeghulp en therapeut. Dit kan overbelasting en gevoelens van eenzaamheid, verdriet en schuld opleveren. Tegelijk kan mantelzorg ook een goed gevoel geven vanwege het zorgen voor een ander. Ook het zelfvertrouwen kan groeien omdat de familie nieuwe dingen leert. Positieve en negatieve ervaringen of gevoelens kunnen naast elkaar bestaan.

De negen opdrachten bij dit hoofdstuk helpen (aankomende) zorgprofessionals om in de praktijk aan de slag te gaan met familiegerichte zelfmanagementondersteuning en de samenwerking met mantelzorgers

  • Opdracht 1 gaat over het familiebeleid van de organisatie
  • In opdrachten 2, 3 en 4 verdiep je je in het perspectief van mantelzorgers en zijn taken en rollen en onderzoek je je eigen samenwerking met hen
  • Opdrachten 5 en 6 hebben betrekking op familieparticipatie bij dementie
  • Opdrachten 7 en 9 gaan over manieren om mantelzorgers te ondersteunen
  • Opdracht 8 is een kennisopdracht over wat wel en niet toegestaan is in de zorg door mantelzorgers
  • In opdracht 10 ga je met mantelzorgers/familieleden in gesprek over culturele tradities en waarden
  • Opdracht 11 is een praktijkopdracht naar samenwerking met familie in het verpleeghuis aan de hand van de COUP werkwijze

Opdrachten 1, 2, 5, 6, 7 en 8 maken gebruik van video’s ter instructie of als reflectie- of oefenmateriaal.

Stuur je eigen materiaal in >

Opdracht 1: Familiebeleid in de zorginstelling (praktijkopdracht)

Mieka Vroom. Uw patiënt, onze moeder

http://www.youtube.com/watch?v=EpwTORt5vtQ

  1. Ga in de instelling waar je werkt of stage loopt op zoek hoe het familiebeleid eruit ziet. Wat zijn de afspraken, eventuele voorwaarden en de wijze waarop de familie benaderd en betrokken worden door zorgverleners. Kijk ook welke elementen van het SOFA-model en het model ‘familiegerichte zelfmanagementondersteuning’ herkenbaar zijn in de praktijk.
  2. Kijk naar de video van Mieka Vroom ‘Uw patiënt onze moeder’ waarin zij vertelt over haar ervaringen als mantelzorger van haar moeder. Herken je zaken die zij bespreekt in jouw (stage-)instelling? Neem je bevindingen mee naar je team of naar school en bespreek je bevindingen aan de hand van de vragen: wat vind je goed en wat vraagt om verbetering?
  3. Vraag een aantal ervaren zorgverleners of je hen mag interviewen over wat zij van de rol van de familie vinden op hun afdeling. Hoe betrekken zij de familie bij het zelfmanagement van de zorgvragers, wat ze daarbij lastig vinden en hoe ze daarmee omgaan. Vraag door op hun motivatie om familie er soms wel of soms niet bij te betrekken. Inventariseer de argumenten die zij gebruiken om de familie wel of niet betrekken bij het zelfmanagement van de zorgvrager.
  4. Welke argumenten gebruiken deze zorgverleners en welke argumenten vind jij in deze kennisbundel die je kunt gebruiken om in iedere zorgsituatie te onderzoeken of de familie bij het zelfmanagement van de zorgvrager betrokken kan en wil worden?

Opdracht 2: Wat betekent het om mantelzorger te zijn (kijk- en groepsopdracht)

Bekijk met elkaar de Documentaire ‘Jeanne’ en zet alle personen uit Jeanne haar omgeving op een rijtje.
Voordat jullie met elkaar het gesprek aangaan over de mantelzorgperspectieven in deze documentaire, beantwoord je eerst individueel bij elke persoon de vragen:

  • Hoe denk jij dat deze persoon de situatie van Jeanne ervaart en waar maak je dat uit op?
  • Biedt deze persoon Jeanne steun, welke steun wordt geboden en op welke manier doet deze persoon dat?
  • Hoe denk jij dat deze persoon de steun ervaart die hij of zij aan Jeanne geeft? En hoe ervaart Jeanne deze?
    Bespreek jullie bevindingen met elkaar in kleine groepjes door de overeenkomsten en verschillen in jullie antwoorden te vergelijken.

Vul dan samen het Ecogram van Jeanne in; gebruik de Instructie. Met een Ecogram breng je de belangrijke sociale contacten (het sociale netwerk) rondom een zorgvrager in kaart.
Bespreek dan de resultaten met elkaar. Wat levert het werken met het Ecogram op?

Opdracht 3: Rollen van naasten (praktijkopdracht)

https://www.youtube.com/watch?v=GRvHD-4sqa8

Veel professionals denken bij familieparticipatie in het zelfmanagement aan het coproduceren ofwel het verlenen van mantelzorg door familie. Bijvoorbeeld: meehelpen bij het douchen van een zorgvrager, assisteren bij de voeding of bij de behandeling.
Het doel van deze opdracht is om zorgverleners breder te laten kijken. Kijk ter voorbereiding ook naar de rollen van familie die worden verbeeld in de factsheet Naasten in Beeld.

Leg aan je collega’s in je organisatie, op je stageadres of op je leerwerkafdeling in een korte presentatie uit wat bedoeld wordt met familiegerichte zelfmanagementondersteuning en op welke manieren dat vorm kan krijgen. Vraag hen naar hun ervaringen met de rollen van familie en naasten in de zorg. Herkennen zij de rollen uit de fact sheet Naasten in Beeld?
Vraag een collega, kennis of medestudent die ervaring heeft met mantelzorg voor een naaste. Bekijk samen de video en de website http://www.naasteninbeeld.nl/, bijvoorbeeld de Wegwijzer. Herkent hij/zij de thema’s die aan bod komen in de Wegwijzer?

Opdracht 4: Onderzoek jouw samenwerking met mantelzorgers (individueel, praktijkopdracht)

Het is belangrijk om met mantelzorgers in gesprek te gaan, naar hen te luisteren en ook je eigen inzichten met hen te delen. In de dagelijkse hectiek is dat soms lastig, maar het levert alle partijen veel op. Bovendien is het een voorwaarde voor een goede samenwerking.
Om meer inzicht te krijgen in hoe jij samenwerkt met mantelzorgers, nodigen we je uit:

  1. deze test te doen
  2. een gesprek te voeren met een mantelzorger van een (allochtone) zorgvrager in jouw praktijk over zijn/haar ervaringen met de samenwerking met zorgverleners (met jouzelf en/of andere zorgverleners). Wat ervaart de mantelzorger als prettig en ondersteunend, wat niet, wat ontbreekt?
  3. na het doen van de test en na afloop van dit gesprek drie leerinzichten en drie voornemens op te schrijven.

Opdracht 5: Autonomie bij dementie (reflectieopdracht)

1. Beantwoord zelf de volgende vragen en bespreek deze na in de groep:

  • Wat is autonomie? 
  • In hoeverre ben jij een autonoom mens?
  • Wat betekent ouder worden voor iemands autonomie?
  • Wat verandert er in iemands autonomie als hij of zij ziek wordt?
  • Wat doet opname in een instelling met iemands autonomie?
  • Waarom is aandacht voor iemands autonomie zo belangrijk?

2. Bekijk dit korte voorlichtingsfilmpje ‘Lang zult u wonen met Dementie’ van Eric Scherder en bespreek in de groep de vragen:

  • Wat heeft dit filmpje te maken met autonomie?
  • Is autonomie iets wat je hebt, of iets wat je moet veroveren?
  • Wat kun je doen (of laten) in de zorg om iemands autonomie in stand te houden of te bevorderen? Noem concrete voorbeelden.

3. Als mensen oud of ziek worden zijn ze soms minder in staat zelf te beschikken over hun leven. Als een ander verantwoordelijk wordt voor hoe jij je leven inricht, spreken we van heteronomie.
Bekijk zelf de video over familie Mulder en beantwoord de volgende vragen:

  • Waar zie je in het verhaal van familie Mulder autonomie, en waar zie je heteronomie?
  • Is heteronomie altijd negatief?
  • Waar moet je vooral aan denken als jij moet gaan beslissen voor een ander, bijv. een familielid?

Bespreek jullie antwoorden na in de groep.

 

Opdracht 6: Familieparticipatie bij dementie (Kennis en reflectieopdracht; individueel)

Bekijk de video met de Casemanager Dementie. Beantwoord dan de volgende vragen:
1. Op welke manier zie je de verschillende soorten interventies (informationeel, praktisch en emotioneel) terug in deze video gericht op:

  • het stimuleren van familieparticipatie
  • het ondersteunen van de familie

2. Welke interventies zou je nog meer kunnen inzetten?
3. Welke belemmerende en bevorderende factoren voor familieparticipatie bij zelfmanagementondersteuning zie jij in terug deze video?

Opdracht 7: Ervaringen van jonge mantelzorgers (individuele opdracht)

Bezoek de website http://www.ikzorgvoor.com/. Hier zijn veel korte video’s en animaties te vinden waarin wordt verteld wat het betekent om jonge mantelzorger te zijn.

  • Bekijk minstens 5 video’s en zet de problemen die je hebt gehoord of gezien op een rijtje. Waar gingen de problemen over?
  • Hoe zou je hen kunnen ondersteunen wanneer je ze tegen zou komen tijdens een stage, op je werk, privé of op school? Raadpleeg hiervoor de tips die bij het onderdeel Beroepskrachten op deze website staan.
  • Zorg dat de tips concreet zijn: passend bij de problemen die je hebt geïnventariseerd.

Opdracht 8: Wat mag wel, wat mag niet? (kennisopdracht; groep)

Bij zelfmanagement hoort ook dat sommige zorgvragers allerlei verpleegtechnische handelingen moeten verrichten, zoals zichzelf injecties geven. Soms worden dat soort handelingen ook aan familieleden geleerd (bv. om een sonde in te brengen of insuline te spuiten). Mag een mantelzorger, zoals bijvoorbeeld een vrijwilliger op de afdeling of een dochter deze (voorbehouden) handelingen eigenlijk wel overnemen?
Op de website Zorg voor Beter vind je tal van voorbeelden uitgebeeld in video’s.

  • Bekijk met elkaar enkele voorbeelden en zoek op de website naar informatie over wat de grenzen hiervan eigenlijk zijn.
  • Waar ligt de verantwoordelijkheid voor deze handelingen?
  • Nodig een docent of collega uit met een juridische achtergrond met wie jullie je bevindingen kunnen bespreken.

Opdracht 9: De Mantelscan (praktijkopdracht)

Uitleg Mantelzorgscan

https://www.youtube.com/watch?list=PLt_gW1LBj_4P0MUR83ijsA5mQFwS3sDAW&v=7JbD9-9e7uw

Bekijk de video ‘MantelScan’ om meer te weten te komen over dit instrument. In Hoofdstuk 8 Instrumenten voor zelfmanagementondersteuning vind je meer informatie.

  • Neem dan de MantelScan af bij iemand die je in je eigen omgeving kent die mantelzorger is.
  • Nadat je dit hebt gedaan, heb je veel informatie over de zorgsituatie gekregen. Ook de knelpunten zijn wellicht naar boven gekomen. Ook heb je door de MantelScan inzicht gekregen in de ervaren belasting van de mantelzorger.
  • Bedenk dan welk gericht advies je zou kunnen geven aan de mantelzorger over deze knelpunten. Overweeg om nog eens terug te gaan naar de mantelzorger en deze de adviezen voor te leggen, vraag om een reactie op de adviezen.
  • Leg alles vast in een verslag wat je kunt uitwisselen met collega’s of medestudenten. Beantwoord daarin ook de volgende vraag: Vind je de MantelScan een bruikbare tool voor familiegerichte zelfmanagementondersteuning?

Opdracht 10: Samenwerking met allochtone mantelzorgers (praktijkopdracht)

Er bestaan verschillende culturele perspectieven op het verlenen van zorg aan naasten. Deze verschillen worden lang niet altijd begrepen en leiden geregeld tot problemen in de samenwerking. Een voorbeeld is de ondersteuning van Marokkaanse dochters die in een verpleeghuis vrijwel geheel voor hun moeder zorgen. In de ‘Handreiking van allochtone mantelzorgers’ lees je er meer over.

In deze opdracht ga je met mantelzorgers/familieleden in gesprek over culturele tradities en waarden op je stageplek/ in de instelling waar je werkt.

  • Welke zorgvragers van niet-Nederlandse achtergrond tref je op jouw stageplek?
  • Onderzoek bij één mantelzorger van een zorgvrager uit een andere dan jouw eigen cultuur, het perspectief op het verlenen van zorg aan een naaste.
  • Wat gaat goed en welke knelpunten signaleert de mantelzorger bij de dagelijkse zorgverlening?
  • Stel dan dezelfde vragen aan een van de zorgverleners die betrokken is bij de zorgverlening aan deze zorgvrager.
  • Wat gaat goed en welke knelpunten signaleert de zorgverlener bij de samenwerking met een mantelzorger uit een andere cultuur?

Bespreek deze opdracht na met studiegenoten of collega’s. Bespreek met elkaar:

  • welke cultuur jullie hebben onderzocht,
  • wie jullie gesproken hebben
  • wat jullie hebben geleerd
  • wat de belangrijkste lessen zijn voor samenwerking met mantelzorgers met een anderen culturele achtergrond dan doe van jezelf. Wat moet je vooral doen, en wat laten?

Opdracht 11: Samenwerking met familie in het verpleeghuis: de COUP werkwijze (praktijkopdracht)

In deze praktijkopdracht ga je in het verpleeghuis kijken hoe er wordt samengewerkt met de familie van een bewoner. COUP is een afkorting die staat voor:

  • Contact leggen
  • Ondersteunen
  • Uitnodigen
  • Participeren

De COUP-werkwijze of -methode helpt je bij het leren kennen en begrijpen van de zorgvrager en zijn familie. Hierdoor ben je beter in staat om de zorg en het welbevinden en van de zorgvrager goed af te stemmen en een prettige band op te bouwen. 

  • Nadat je de uitleg over de COUP werkwijze hebt gelezen, ga je kijken hoe het contact met de familie er op jouw afdeling uitziet.
  • Kies een dagdeel dat er familie aanwezig is op de afdeling. Kijk hoe de verschillende onderdelen van de COUP werkwijze er in de praktijk uit zien. Hoe wordt er door de verzorgenden contact gelegd met de familie? Vindt er ondersteuning plaats? Hoe wordt familie uitgenodigd om betrokken te zijn/ blijven bij hun naaste? En hoe doet de familie mee met activiteiten en in de zorg?
  • Maak een kort verslag waarin je ook enkele verbeterpunten voor je collega’s en leerpunten voor jezelf aangeeft.

Deel deze pagina Facebook Twitter LinkedIn E-mail

Sluit pop-up

Doe het samen

“Mantelzorgers en zorgverleners moeten het samen doen. Je moet elkaar vragen durven stellen, niet invullen voor elkaar en je geen zorgen maken over regels en procedures. Je moet het gewoon doen.” (Mieka Vroom, mantelzorger van moeder in een verpleeghuis)

http://www.youtube.com/watch?v=EpwTORt5vtQ

Sluit pop-up

Onvermijdelijk

“De beslissing om mijn vrouw naar het verpleeghuis te brengen, is voor mij het lastigst geweest. Ja, want ik vind d’r zo lief. We hadden elkaar trouw beloofd, in voor- en tegenspoed. En nu moest ik haar uit handen geven. Het was onvermijdelijk. Fysiek was ik aan het einde.” (Meneer Mulder, mantelzorger)

https://youtu.be/bbpYSEbEM0M