Kennisbundel Zelfmanagement-ondersteuning

Vilans

Wat betekent zelfmanagement?

Zorgverleners richten zich op het ondersteunen van het zelfmanagement van mensen met chronische gezondheidsproblemen (zorgvragers). Daarbij is het doel hun dagelijks functioneren, kwaliteit van leven en welzijn te behouden of verbeteren. Zelfmanagement van zorgvragers gaat vooral over 'zelf bepalen', niet alleen over 'zelf doen'. Zorgverleners stemmen hun ondersteuning af met zorgvragers, familie en de omgeving.

Zelfmanagement is van de zorgvrager, de zorgverlener ondersteunt

De film legt uit wat zelfmanagement bij mensen met chronische aandoeningen inhoudt. Zelfmanagement is voor de zorgvrager geen vrije keuze, maar het noodzakelijke gevolg van de uitdagingen die de ziekte stelt en de dagelijkse aanpassingen die nodig zijn.

Wat betekent zelfmanagement? Zorgvragers aan het woord

Wat betekent zelfmanagement als je leeft met een chronische aandoening? Mensen met verschillende chronische gezondheidsproblemen zoals reuma, chronische depressie, een spierziekte of COPD, geven hun eigen antwoord op die vraag.

Zelfmanagement hoort bij het leven met een chronisch gezondheidsprobleem. Dat kan een lichamelijke ziekte, een beperking en/of psychisch probleem zijn. Chronisch wil zeggen dat de ziekte of beperking niet (volledig) zal genezen. In Nederland leeft een derde van de bevolking met zulke chronische aandoeningen of klachten. Deze hebben gevolgen voor het dagelijks functioneren, activiteiten en sociale participatie (meedoen in de samenleving) (ICF-model).

Chronische aandoeningen komen op alle leeftijden voor, maar vooral bij ouderen. Van ouderen boven de 65 jaar heeft 70% een of meerdere chronische aandoeningen.
Het leven met een of meerdere chronische aandoeningen vraagt veel van mensen en hun omgeving. Wat verstaan we onder zelfmanagement en om welke uitdagingen gaat het?

icf model nederland

ICF Model. Bron: Nederlandse vertaling van de 'International Classification of Functioning, Disability and Health' WHO FIC Collaborating Centre in the Netherlands, RIVM, Bilthoven 2002

Waarom aandacht besteden aan zelfmanagement?

zelfbeschikking, eigen kracht en eigen regie

(Klik voor een grotere afbeelding)

Bron: Verkooijen, 2010

Mensen leven steeds langer, mede dankzij de welvaart en verbeterde medische zorg. Door deze vergrijzing neemt het aantal mensen met chronische aandoeningen snel toe. Ook komen welvaartsziektes en ongezonde leefstijl steeds vaker voor. Deze chronische gezondheidsproblemen leiden tot meer zorggebruik. De druk op de gezondheidszorg neemt dus toe, terwijl de personele en financiële middelen beperkt zijn. Daardoor voldoet de huidige nadruk op ziekte en zorg niet meer. Deze zou meer moeten liggen op gezondheid en (gezond) gedrag. Voor de zorgverlening betekent dit méér aandacht voor preventie, méér vooruitdenken en handelen, méér gerichtheid op meedoen in de samenleving (participatie), maar ook: de zorgvragers méér coachen bij zelfmanagement.

De verschuiving naar aandacht voor zelfmanagement is ook herkenbaar in de nieuwe definitie van positieve gezondheid van Huber e.a. (2011), waarbij gezondheid niet meer alleen wordt gezien als de afwezigheid van ziekte, maar waarin deze wordt beschreven als "het vermogen tot aanpassing en zelfmanagement, in relatie tot sociale, fysieke en emotionele uitdagingen".

Ook de rol van mensen met een chronisch gezondheidsprobleem is sterk veranderd. Mensen zijn mondiger geworden, en patiëntenrechten zijn wettelijk vastgelegd. Een kernwaarde in de gezondheidszorg is het recht op zelfbeschikking: het recht om zonder inmenging van anderen (autonoom) te beslissen over je eigen lichaam en gezondheid, op basis van je eigen normen en waarden.

Het begrip zelfmanagement hangt nauw samen met zelfbeschikking. Autonomie verwijst naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Het recht om zelf te bepalen wat er gaat gebeuren betekent niet dat mensen onafhankelijk van elkaar zijn. In tegenstelling tot wat de term zelfmanagement suggereert, speelt de omgeving van de zorgvrager vaak een grote rol in de dagelijkse praktische uitvoering van (zorg)taken, in het nemen van besluiten en bij emotionele ondersteuning.  We spreken dan ook wel over relationele autonomie (of heteronomie). Zelfmanagement is dus in veel gevallen ‘samen-zelfmanagement’ in verbinding met naasten.

Om van het recht op zelfbeschikking te komen tot eigen regievoering te komen, is eigen kracht nodig, het vermogen en de competenties om over het eigen leven te beschikken. Dat vermogen is niet altijd aanwezig bij ziekte of andere beperkingen, en zorgverleners hebben de opdracht zorgvragers bij het ontwikkelen van gezondheidsvaardigheden te ondersteunen.

Zelfdeterminatietheorie

(Klik voor een grotere afbeelding)

Definitie van zelfmanagement: zelfregie en de ziekte inpassen in het leven

https://www.youtube.com/watch?v=H8PsUxxDumo

(Klik voor een grotere afbeelding)

Definitie: Zelfmanagement is het zodanig omgaan met de chronische aandoening (verschijnselen (symptomen), behandeling, lichamelijke, emotionele (psychische) en sociale gevolgen en bijbehorende aanpassingen in leefstijl) dat de aandoening optimaal wordt ingepast in het leven.

Zelfmanagement betekent dat de zorgvrager

  1. kan kiezen in hoeverre men de regie over het leven in eigen hand wil houden
  2. mede kan bepalen hoe de zorg eruit ziet

en dat de zorgverlener

  1. de zorg laat aansluiten bij de wensen, behoeften en mogelijkheden van mensen in hun dagelijks leven
  2. capaciteiten van de zorgvrager benut en hulpbronnen uit de omgeving inschakelt
  3. aandacht besteedt aan meer dan aan de ziekte alleen.

Het begrip zelfmanagement gebruiken we voor zorgvragers (mensen met chronische gezondheidsproblemen). Andere begrippen zoals zelfredzaamheid (je kunnen redden op alle terreinen van het leven) en eigen regie / zelfregie sluiten hierbij aan. Maar zelfredzaamheid en eigen regie gelden voor iedereen: ook voor mensen zonder een chronische aandoening.
Bij zelfredzaamheid gaat het over ADL-taken (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen): bijvoorbeeld zoals je zelfstandig kunnen wassen en aankleden. Maar ook over je kunnen redden met geld of in het verkeer.

Bij zelfmanagement gaat het om meer dan ‘zelf doen’: het gaat over zelf bepalen welke zorg je wilt of wat je belangrijk vindt in je leven. Het woord ‘management’ geeft aan dat mensen met chronische aandoeningen hun leven opnieuw moeten inrichten, waarbij ze activiteiten ondernemen, bijsturen en toezicht houden. Beperkingen in het functioneren leveren dus niet alleen werk op voor ons als zorgverleners, maar ook voor de zorgvrager (en zijn omgeving). Daarom werken we samen met als doel: een zo goed mogelijk bestaan met zo min mogelijk afhankelijkheid en ongemak voor de zorgvrager.

Bedenk dat de aandoening mensen dwingt om hun leven op bepaalde onderdelen aan te passen. Soms is dat moeilijk; iedereen doet dit op zijn eigen wijze. Zelfmanagement houdt in dat mensen zelf bepalen hoe zij hun dagelijks leven aanpassen om de gezondheidsproblemen de baas te blijven.

Bekijk Kennisclip 1.3: De definitie van zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning

Zelfredzaamheid of zelfmanagement?

Zelfredzaamheid en zelfmanagement liggen dicht bij elkaar, maar zijn niet hetzelfde. Zelfredzaamheid is het vermogen van mensen om zichzelf te redden met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg. Door versterking van zelfredzaamheid kan zorg of intensivering van zorg worden uitgesteld. Zelfredzaamheid kan helpen om de stijgende kosten van de langdurige zorg ook in de toekomst betaalbaar te houden. Door deze nadruk op betaalbaarheid en zo min mogelijk professionele zorg lijkt het net alsof zorg vragen of nodig hebben onwenselijk is. De primaire taak van zorgverleners lijkt te zijn: jezelf overbodig maken (“ontzorgen”). Soms wordt dat samengevat als: “niet zorgen voor, maar zorgen dat”.

Maar: veel mensen met chronische gezondheidsproblemen hebben wel degelijk zorg en aandacht nodig – op verschillende terreinen, niet alleen bij het dagelijks functioneren. Het hoogste goed is niet alles zelf doen zonder professionele ondersteuning, maar een goede kwaliteit van leven met professionele zorg waar nodig en mogelijk. Bij zelfmanagement is het belangrijker om een stem te hebben over hoe de ondersteuning eruit ziet dan om alles zelf te doen. Een belangrijk verschil tussen zelfredzaamheid en zelfmanagement is dus de nadruk op eigen regie: zelf (mee) kunnen bepalen hoe de noodzakelijke zorg en ondersteuning eruit ziet.

De term zelfredzaamheid wordt veel in de ouderenzorg en wijkzorg gebruikt. Zelfredzaamheid gaat over algemene dagelijkse activiteiten die iedereen doet: jezelf wassen, je huis verzorgen, contacten met anderen onderhouden. We moeten mensen niet zaken uit handen nemen die ze prima zelf kunnen, al dan niet samen met hun omgeving. Zorgverleners hebben soms de neiging om overbodige dingen te doen of zaken over te nemen. Maar het omgekeerde komt ook voor: dat mensen alleen komen te staan en niet de ondersteuning krijgen die ze op dat moment nodig hebben.

Om te bepalen hoe zelfredzaam iemand is op verschillende levensterreinen zijn er verschillende instrumenten beschikbaar. Essentieel bij het gebruik hiervan is dat je het deze altijd samen met de zorgvrager invult. Dat leidt vaak tot discussie en dat is precies de bedoeling!

Conclusie

Zelfredzaamheid legt de nadruk op zelfstandig functioneren en zelf doen. Zelfmanagement legt de nadruk op zelf bepalen en kwaliteit van leven.

Het belang van eigen regie bij zelfmanagement

Voorbeeld van een pilotenmodel

(Klik voor een grotere afbeelding)

Een belangrijk onderdeel van zelfmanagement is eigen regie, ofwel zelfregie. Eigen regie gaat om het zelf beslissen over je leven en zorg en ondersteuning daarbij. Centraal staat: wat wil ik? Eigen regie is het vermogen om je eigen leven en noodzakelijke ondersteuning te regelen en het praktische vermogen om jezelf te redden in lichamelijk, sociaal en emotioneel opzicht.

Niet iedereen wil altijd de regie, de mate van gewenste zelfsturing kan verschillen tussen personen en situaties. Het pilotenmodel geeft voorbeelden van verschillende voorkeuren voor zelfregie. Het onderscheidt vier typen zorgvragers:

  • Passagier
  • Steward(ess)
  • Co-piloot
  • Piloot

(Klik op de afbeelding voor een grotere afbeelding)

Bron: aangepast van Diabetes Vereniging Nederland 2015, naar figuur van het Pilotenmodel

Zorgverleners spelen een belangrijke rol bij het geven van ruimte voor eigen regie. Zij kunnen zorgvragers uitnodigen tot meer invloed, of dit juist tegenhouden. Kijk maar naar het plaatje van de piramide hoe het gedrag van de professional de mate van eigen regie van de zorgvrager beïnvloedt.

Eigen regie versterken doet de zorgverlener door:

  1. Positieve feedback te geven: wat kan, wat doet de zorgvrager al, waar ligt zijn kracht?
  2. De zorgvrager te helpen inzicht te krijgen in zijn eigen situatie, motivatie en waarden: op welke gebieden gaat het goed, op welke gebieden gaat het niet zo goed, wat wil ik nog of weer graag kunnen doen?
  3. De zeggenschap over ondersteuning en hulp zoveel mogelijk bij de zorgvrager te laten: wat wil ik met mijn leven, waar wil ik aan werken, welke hulp heb ik daarbij nodig en van wie, hoe wil ik dat die hulp eruit ziet?
  4. Te ondersteunen bij het versterken en inschakelen van informele en sociale netwerken (de omgeving) van de zorgvrager.

Welke taken spelen er bij zelfmanagement van een chronische aandoening?

(klik voor een grotere afbeelding)

Bron: aangepast van Lorig & Holman 2003; Moos & Holahan, 2007 naar figuur van het Zelfmanagement: drie terreinen en zeven aanpassingstaken

Leven met een chronisch gezondheidsprobleem betekent dat er veel uitdagingen zijn. Er komen dus veel verschillende taken kijken bij zelfmanagement. Die taken horen bij drie verschillende terreinen:

  1. Medisch management: daarbij gaat het om het management van de symptomen en behandeling van de aandoening, aanpassen aan de beperkingen, het gebruik van hulpmiddelen of om de behandeling. Deze taken verschillen aanpassingen aan beperkingen, het gebruik van hulpmiddelen of om de behandeling. Deze zorgtaken zijn verschillend per aandoening en zorgvrager. Denk aan: medicijnen innemen, stoma of wond verzorgen, steunkousen aantrekken, dieet volgen, oefeningen doen. Het gaat ook over taken die we niet zo duidelijk kunnen omschrijven. Bijvoorbeeld: het tijdig herkennen van bepaalde signalen, je medicijnen aanpassen, het besluit nemen om de zorgverlener in te schakelen. Er zijn ook taken die voor iedereen gelden en die niet afhankelijk zijn van de ziekte. Bijvoorbeeld: zorgen voor een gezonde leefstijl: gezond eten, niet roken, voldoende bewegen en slapen.
  2. Rolmanagement (sociaal): mee doen in de samenleving door werk, dagbesteding, vrijetijdsbesteding en sport. Maar het gaat ook om je sociale rol te kunnen vervullen als partner, (groot)ouder of vriend(in): zodat je als mens een rol speelt in de maatschappij en in je naaste omgeving. Bovendien moeten zorgvragers ook een goede relatie opbouwen met diverse zorgverleners. Dat kan stressvol zijn, omdat mensen met chronische gezondheidsproblemen vaak met meerdere zorgverleners te maken hebben. 
  3. Emotioneel management: hierbij gaat het om te leren omgaan met gevoelens van stress, onzekerheid, eenzaamheid, angst of verdriet; maar ook om een goede balans te vinden tussen activiteit en rust. Als je een chronische aandoening hebt, moet je leren leven met grenzen. Dat geeft het gevoel van verlies. Gevoelens van rouw komen dan ook veel voor. Het kan moeilijk zijn om een positief zelfbeeld te behouden.

Vaardigheden voor zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning

Zelfmanagement kan heel uitdagend zijn. Bijvoorbeeld als de ziekteverschijnselen steeds erger worden (bij een progressieve ziekte) of de klachten niet overgaan ondanks de behandeling. Of als de verschijnselen sterk wisselen waarbij de ziekte onvoorspelbaar is. Zelfmanagement vraagt dus veel van de zorgvrager en zijn omgeving. Niemand kan dit ‘van nature’, zelfmanagement leer je met vallen en opstaan. Mensen kunnen daardoor ontmoedigd raken. Zorgverleners kunnen dan het idee krijgen dat zorgvragers het niet kunnen of niet willen. Juist dan is het onze taak om mensen te ondersteunen bij deze taken!

Wat moet de zorgvrager leren voor effectief zelfmanagement?

  1. Problemen oplossen
  2. Besluiten nemen
  3. Hulpbronnen inzetten (gebruik maken van informatie, mensen uit de eigen omgeving of zorgverleners)
  4. Goede relatie met zorgverleners opbouwen en onderhouden
  5. Planning maken (en je eraan houden)
  6. Bijsturen: bijhouden hoe het gaat (monitoren); je flexibel kunnen aanpassen en tijdig maatregelen nemen)

(Klik voor een grotere afbeelding)

Bron: NIGZ, 2012

Download WWR Rapport 2017

Van de zorgverlener vraagt dit bijzondere vaardigheden, die eigenlijk het spiegelbeeld zijn van wat de zorgvrager moet kunnen. Ook zorgverleners kunnen dit niet vanzelf, maar moeten het geven van passende zelfmanagementondersteuning leren.

Wat moet de zorgverlener kunnen om de zorgvrager te ondersteunen bij zelfmanagement?

  1. Open houding: open vragen stellen, doorvragen en vooral luisteren naar wat zorgvrager bezig houdt in zijn leven en wil
  2. Zorgvragers helpen bij het vinden van oplossingen voor problemen: niet denken voor, maar meedenken, samen beslissen
  3. Zorgvrager ondersteunen bij het inzetten van hulpbronnen (gebruik maken van kennis en ervaringen van zorgvragers, betrekken van mensen uit netwerk en andere zorgverleners)
  4. Goede relatie met de zorgvrager opbouwen en onderhouden
  5. Samen met de zorgvrager acties plannen en deze ook opvolgen
  6. Flexibel zijn; bijsturen en zorg op maat geven

In hoofdstuk 2 gaan we uitgebreider in op de competenties van zorgverleners om zorgvragers en hun familie te ondersteunen bij zelfmanagement.

Bekijk Kennisclip 1.4 Zelfmanagementvaardigheden en -voorkeuren voor meer informatie.

 

Elke zorgvrager is uniek: niet invullen voor een ander

Altijd navragen, nooit aannemenNiet invullen voor een ander

(Klik op de afbeeldingen voor een groter formaat)

Ieder mens is uniek. Dat geldt voor de zorgvrager én voor de zorgverlener. Als zorgverlener is het belangrijk om een open houding te hebben en na te vragen wat de zorgvrager belangrijk vindt, wat zijn wensen of voorkeuren zijn. Vaak nemen we aan dat we het wel weten, dat het vanzelf spreekt wat iemand wil. Maar je zult versteld staan als je stopt met invullen voor een ander en gaat navragen wat de zorgvrager wil, hoopt of verwacht. In plaats van uit te gaan van jouw vooronderstellingen of vooroordelen toon je oprechte belangstelling voor wat de ander beweegt of bezighoudt. Dat helpt altijd, niet alleen als je te maken hebt met iemand met een andere achtergrond als jijzelf.

Mensen hebben verschillende wensen en behoeftes: daarom is het ondersteunen van zelfmanagement onderdeel van persoonsgerichte zorg. Zelfmanagement vertrekt vanuit wat de zorgvrager belangrijk vindt; de zorgdoelen staan daarom niet altijd centraal. Samen beslissen is een voorwaarde voor goede zelfmanagementondersteuning: de zorgverlener kan niet alleen beslissen wat goed is voor de zorgvrager en wat niet. Dat kunnen ze alleen samen vaststellen.

Ondersteunen van zelfmanagement betekent dat de zorgvrager en de zorgverleners partners zijn. De zorgverlener weet misschien meer van de ziekte, de behandeling, regels en protocollen. Maar de zorgvrager weet wat het beste bij hem en zijn leven past.

Net zoals in iedere relatie gaat het bij zelfmanagementondersteuning om ‘geven en nemen’. Zelfmanagement betekent niet: “u vraagt en wij draaien”: de zorgverlener en zorgvrager bespreken wat nodig of wenselijk is én wat mogelijk is. Als zorgverlener heb je te maken met professionele grenzen. Begin het gesprek alleen niet met wat er niet kan, maar luister naar wensen en zoek samen naar een passende oplossing.

Hoofdstuk 2 gaat over de benodigde competenties van de zorgverlener en hoofdstuk 3 over goede gesprekstechnieken en communicatie. Hoofdstuk 5 bespreekt hoe zelfmanagementondersteuning bij diverse groepen zorgvragers eruit ziet.

Misverstanden over zelfmanagement: veelgehoorde bedenkingen

Cartoon over zelfmanagement

(Klik op de afbeelding voor een groter formaat)

Er bestaan veel misverstanden over het begrip zelfmanagement en hoe een zorgverlener dit kan toepassen in haar dagelijks werk. In de kennisclip worden er twaalf kort besproken:

  1. Zelfmanagement is een hype – dat gaat wel weer voorbij
  2. Als ik zelfmanagement stimuleer, laat ik mijn zorgvragers in de steek
  3. Niet alle zorgvragers willen zelfmanagement
  4. Niet alle zorgvragers kunnen zelfmanagement
  5. Zelfmanagement lukt niet omdat mijn zorgvragers mij steeds om raad vragen
  6. Ik heb geen tijd om zelfmanagement te ondersteunen
  7. Zelfmanagement ondersteunen is niets nieuws: we doen dit allang
  8. Zelfmanagement ondersteunen is simpel, een app en klaar is kees!
  9. Zelfmanagementondersteuning past niet bij evidence-based practice, het volgen van protocollen en richtlijnen
  10. Zelfmanagementondersteuning is meer iets voor verzorgenden, past minder goed bij verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten of artsen
  11. Zelfmanagement is bedoeld om zorgkosten te besparen; daar doe ik niet aan mee
  12. Zelfmanagement gaat alleen over de ziekte, niet over gezondheid in brede zin 

Het ondersteunen van zelfmanagement roept in de praktijk vaak ethische dilemma’s op. Over zulke dilemma’s en over de manier waarop je ermee kunt omgaan is een praktische handreiking gemaakt met voorbeeldcasussen om te bespreken met collega’s.

Bekijk Kennisclip 1.7: Bedenkingen bij zelfmanagement

Samenvatting: Zelfmanagement: wat is het wel en wat niet?

'Maak het de zorgvrager niet te makkelijk; geef uitdagingen'

'Luisteren is belangrijker dan praten'

(Klik voor een grotere afbeelding)

Het zelfmanagement van zorgvragers ondersteunen betekent dus niet: stoppen met zorgen. Integendeel, zelfmanagementondersteuning vraagt juist veel van zorgverleners. Het is soms gemakkelijker om iets over te nemen van de zorgvrager dan om hem in staat te stellen het zelf te doen of te bepalen. Het ondersteunen van zelfmanagement hoort juist bij de kern van een goede zorgverlening. Je hebt oog voor wat de zorgvrager nodig heeft of wat bij hem past, zonder dat in te vullen. Je geeft geen ongevraagde adviezen, maar gericht antwoord op vragen en behoeften aan informatie. Je neemt niets uit handen, maar zorgt dat de zorgvrager zijn zelfmanagementtaken (eventueel met jouw hulp of van anderen) zelf leert doen en kan bepalen. Onthoud dat het daarbij niet alleen om de ziekte of beperking gaat, maar om kwaliteit van leven.

De zeven opdrachten bij hoofdstuk 1 helpen (aankomende) zorgverleners om de begrippen rond zelfmanagement beter te begrijpen en toe te passen.

  • Twee opdrachten (1 en 2) gaan over chronische aandoeningen: wat deze betekenen voor de zorgvrager en voor de samenleving
  • Opdracht 3: hierin maak je kennis met de ZelfredzaamheidsRadar
  • Opdracht 4: hierbij ga je op zoek naar overbodige zorghandelingen in de praktijk
  • Opdracht 5 gaat over reflectie over je zelfregie
  • Opdracht 6 betreft een toepassing van het pilotenmodel
  • Opdracht 7 gaat over bedenkingen bij zelfmanagement in de praktijk.

Stuur je eigen materiaal in >

Opdracht 1: Luisteren naar het verhaal van iemand met een chronische aandoening (Individuele opdracht)

Benader iemand met een chronische aandoening uit je naaste omgeving met de vraag of je hem/haar mag interviewen. Probeer door goed te luisteren de betekenis van de ziekte of beperking voor het leven van deze persoon te achterhalen. Stel van tevoren een aantal open vragen op, bijvoorbeeld:

  • Hoe ziet uw leven er momenteel uit?
  • Hoe beïnvloedt de ziekte uw dagelijks leven?
  • Op welke terreinen van uw leven heeft u door de ziekte verlies geleden? (bespreek verschillende terreinen bv. zelfstandig wonen, zelfzorg, uitgaan, werk of dagbesteding, intimiteit en seksualiteit)
  • Op welke terreinen heeft de ziekte u wellicht ook iets positiefs gebracht?
  • Welke uitdagingen heeft u in het omgaan met zorgverleners?
  • Welke steun ervaart u van zorgverleners, familie en naasten of van lotgenoten (andere mensen die ook chronisch ziek zijn)?

Schrijf een verhaal over de betekenis van de aandoening voor de geïnterviewde van maximaal 2 A4. Maak bij je uitwerking gebruik van het plaatje over de zeven aanpassingstaken.

Opdracht 2: Wat weten jullie over chronische aandoeningen? (groepsopdracht)

Maak in de klas een lijst van chronische aandoeningen die jullie kennen.
Bespreek dan de volgende vragen met elkaar:

  • Welke aandoeningen of ziektes komen veel voor en welke zijn zeldzaam?
  • Welke aandoeningen komen ook bij kinderen of jongere mensen voor?
  • Welke aandoeningen zijn progressief (worden steeds erger) en welke niet?
  • Welke aandoeningen tasten vooral het lichamelijke functioneren aan en welke ook of vooral het geestelijk (psychisch) functioneren?
  • Welke gevolgen hebben deze aandoeningen voor het dagelijks functioneren? Welke overeenkomsten en verschillen zijn er?
  • Welke gevolgen hebben deze aandoeningen voor activiteiten en sociale participatie? Kijk hiervoor naar het ICF-model.
  • Hoe komt het volgens jullie dat steeds meer mensen chronische gezondheidsproblemen krijgen?
  • Waarom hebben vrouwen meer chronische aandoeningen dan mannen?

Opdracht 3: Aan de slag met de ZelfredzaamheidsRadar (kijkopdracht, discussie)

Uitleg en invulinstructie

(Locomotion en VKI, 2015)

https://www.youtube.com/watch?v=D2g4qOQb6y8

Samen met een cliënt invullen van de ZelfredzaamheidsRadar

(Locomotion en VKI, 2015)
https://www.youtube.com/watch?v=Dy1meR_IkZc

ZelfredzaamheidsRadar: Een filmportret over wijkverpleegkundigen

https://www.youtube.com/watch?v=qRcRQWUq7E8

Een hulpinstrument om de zelfredzaamheid van een zorgvrager in kaart te brengen is de ZelfredzaamheidsRadar. Na het invullen bespreek je samen hoe je de zelfredzaamheid kunt verbeteren, met en zonder hulpmiddelen en technologie. Daarvoor is ook een app beschikbaar.
De ZelfredzaamheidsRadar bestaat uit 15 domeinen, zoals continentie, aankleden, mobiliteit, leervermogen etc. Je loopt de domeinen met de zorgvrager na en laat de zorgvrager voor elk domein een cijfer (1 t/m 5) geven. Als de zorgvrager laag scoort, ga je zoeken naar verbeteringen. Voor elk van de 15 domeinen zijn namelijk hulpmiddelen, vormen van technologie of slimme handigheidjes beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan een wandelstok die niet omvalt, een steunkousaantrekker of andere hulpmiddelen.

  1. Bekijk de video over de ZelfredzaamheidsRadar. Video 1. ‘Zelfredzaamheidsradar’
  2. Zelf oefenen met de ZelfredzaamheidsRadar. Bekijk ter inspiratie Video 2 en 3.
    Vul de ZelfredzaamheidsRadar in naar aanleiding van een casus. Vergelijk jouw ingevulde Zelfredzaamheidradar met je klasgenoten/collega's. Waarin zitten de overeenkomsten en waarin zitten de verschillen?
  3. Maak de free-learning module over zelfredzaamheid. Deze kan je hier vinden. Aan het einde kun je een certificaat printen. Bewaar het certificaat in je portfolio.

Opdracht 4: Overbodige zorg (kijkopdracht, discussie)

Beter laten

https://www.youtube.com/watch?v=Nika2JpHclU

Zelfredzaamheid?!

https://www.youtube.com/watch?v=3jTVH8PZE9Q

Verpleegkundigen en verzorgenden willen graag zorgen, maar het overnemen van handelingen die de zorgvrager – eventueel na instructie – zelf kan doen is een onnodige handeling. Je kunt denken aan scheren, wassen, klaarzetten en geven van medicijnen. Deze overname stimuleert namelijk geen zelfzorg, leidt tot belasting van de zorgverlener, vertraagt herstel, en vermindert zelfredzaamheid en zelfmanagement. Volgens de peiling van V&VN (Top 5 van onnodige handelingen) komt het overnemen van handelingen van de zorgvrager door de zorgverlener veel voor.

  1. Bekijk de lijst van 15 onnodige zorghandelingen die in aanmerking komen voor Slim Zorgen. Denk aan je stage-ervaringen en vraag jezelf af of deze zorghandelingen nog veel voorkomen?
  2. Bekijk ook de video over zelfredzaamheid. Observeer tijdens je stage gedurende een aantal dagdelen of jij voorbeelden ziet van overbodige zorg: zorg waarbij dingen worden overgenomen door zorgverleners die zorgvragers zelf kunnen (zoals zelf iets beslissen, ADL-taken, enzovoort). Maak een lijst en bespreek deze met elkaar
  3. Bespreek met elkaar wat de beste manier is om zulke overbodige zorg terug te dringen. Kijk daarvoor ook naar deze Tips Slim Zorgen

Opdracht 5: Eigen regie: wat betekent dit voor jou? (individuele opdracht)

Eigen regie

Eigen regie of zelfregie gaat over het heft in eigen hand nemen: leiding nemen over jezelf en de situatie. Zelf bepalen wat je wil en kan, en wat niet. Welke ondersteuning je daarbij wilt. Hoe je je keuze vormgeeft, met wie en in welk tempo. Dat gaat niet alleen over zorgvragers, maar ook over jou als (toekomstige) zorgverlener.
Neem daarom je eigen leerproces als student als voorbeeld. Denk bijvoorbeeld terug aan een lastige situatie die je hebt meegemaakt op school of tijdens je stage. Of aan je studie- of beroepskeuze.

Kijk dan naar het lijstje van de zes noodzakelijke vaardigheden voor de zorgvrager (zie onderwerp 4 'Het belang van eigen regie bij zelfmanagement) voor zelfmanagement.

  • Hoe goed lukt het jou om deze zes vaardigheden toe te passen tijdens je leerproces?
  • Wat vind je lastig? Wat gaat je juist goed af?
  • Wat heb je moeten leren met vallen en opstaan?
  • Wie helpen jou bij dit proces van zelfregie?

Opdracht 6: Het pilotenmodel in de praktijk (kijkopdracht, discussie)

Het pilotenmodel is besproken bij onderwerp 3. Voor deze opdracht bestudeer je ook de uitgebreide toelichting op het pilotenmodel (Handleiding pilotenkaart). De opdracht bestaat uit twee delen:
1) Bekijk in de groep een videofragment van een situatie waarbij een zorgvrager en diabetesverpleegkundige met elkaar in gesprek zijn.

  • Welke rollen uit het pilotenmodel zie je terug bij de verpleegkundige en de patiënt? Motiveer jullie antwoord.
  • Hoe versterkt de verpleegkundige de eigen regie van de patiënt?
  • Wat zou zij nog meer kunnen doen? Laat je inspireren door het model 'Uitnodigen tot invloed'.

2) Observeer tijdens je stage/in de praktijk een aantal uiteenlopende situaties waarin zorgvragers en zorgverleners met elkaar in gesprek zijn. Bijvoorbeeld een zorgvrager die veel of juist weinig zelfregie heeft.

  • Beschrijf kort de aanleiding van dit gesprek.
  • Bespreek dan welke rol de zorgverlener en welke de zorgvrager inneemt (aan de hand van het pilotenmodel).
  • Is het zichtbaar hoe de houding van de zorgverlener de rol van de zorgvrager beïnvloedt en omgekeerd?

Opdracht 7: Bedenkingen bij zelfmanagement (praktijkopdracht, reflectie)

Bekijk de kennisclip over bedenkingen bij zelfmanagement. Voer een gesprek van minimaal een half uur met een collega in de praktijk. Vraag haar:

  • Welke ideeën zij heeft over het ondersteunen van zelfmanagement van zorgvragers in de praktijk?
  • Welke succeservaringen heeft zij hiermee opgedaan?
  • En welke minder goede ervaringen?
  • Welke belemmeringen noemt zij:
    • Bij zorgvragers en hun omgeving
    • Bij de collega-zorgverleners van het team
    • Bij de organisatie en uitvoering van de zorg?

Vergelijk haar antwoorden met wat is beschreven bij onderwerp 8 en 9. Maak een kort reflectieverslag waarin je de genoemde belemmeringen en bezwaren kritisch bespreekt.

Alternatieve opdracht

Lees het artikel van Mutsaers en van der Horst (2016) in Medisch Contact waarin kritisch wordt geschreven over zelfmanagement. Schrijf een beschouwing over dit artikel waarin je de argumenten vergelijkt met de bedenkingen bij zelfmanagement die in deze Kennisbundel en de Kennisclip worden besproken.

Deel deze pagina Facebook Twitter LinkedIn E-mail

Sluit pop-up

Zelfmanagement is van de zorgvrager, de zorgverlener ondersteunt

De film legt uit wat zelfmanagement bij mensen met chronische aandoeningen inhoudt. Zelfmanagement is voor de zorgvrager geen vrije keuze, maar het noodzakelijke gevolg van de uitdagingen die de ziekte stelt en de dagelijkse aanpassingen die nodig zijn.

http://www.youtube.com/watch?v=O5tFkHgbCdo

Sluit pop-up

Wat betekent zelfmanagement? Zorgvragers aan het woord

Wat betekent zelfmanagement als je leeft met een chronische aandoening? Mensen met verschillende chronische gezondheidsproblemen zoals reuma, chronische depressie, een spierziekte of COPD, geven hun eigen antwoord op die vraag.

https://www.youtube.com/watch?v=-x_C69S3VPk