Kennisbundel Zelfmanagement-ondersteuning

Vilans

Zelfmanagementondersteuning is teamwerk

Zelfmanagementondersteuning doet een zorgverlener niet alleen, maar is een opdracht voor het (multidisciplinaire) team dat bij de zorg betrokken is. Een gezamenlijke visie is daarvoor noodzakelijk. Bij de zorg voor mensen met chronische gezondheidsproblemen zijn vaak meerdere zorgverleners betrokken, soms uit verschillende instellingen en sectoren. Dat vraagt om samenwerking en afstemming.

Een visie én een actieplan

Een visie zonder actie blijft een droom, met actie zonder visie blijf je in de waan van de dag. Een visie met een gedegen plan en uitvoering verandert de wereld. Nelson Mandela

Een diabetesverpleegkundige vertelt

‘Ik wilde in mijn team duidelijk maken wat het belang is van goede ondersteuning bij zelfmanagement. Niet voor iedereen bleek dat logisch te zijn. Toen hebben we in ons team de NDF-Competentiescan ingevuld. Toen we bij het kopje ‘communicatie’ kwamen, zagen we opeens allemaal blinde vlekken! In ons team was kennis wel aanwezig, maar bij de vaardigheden ging het niet goed.’

Net als de zorgvrager staat de zorgverlener er niet alleen voor: zelfmanagement ondersteunen is teamwerk. Afstemming tussen de betrokken zorgverleners en een gedeelde teamvisie zorgen voor duidelijkheid en voorkomen misverstanden.
Nodig zijn een gezamenlijke visie en beleid, heldere taakverdeling, goede onderlinge communicatie en afstemming over werkzaamheden en informatie. Hoe krijg je het hele team op één lijn? Hoe zorgen we er dan voor dat er nog steeds wordt uitgegaan van de doelen en mogelijkheden van de zorgvrager, en dat er met hem en zijn familie wordt samengewerkt? In dit hoofdstuk lees je over het opstellen van een teamplan in tien stappen.

Het belang van teamwerk en integrale zorg

Bij zorgvragers met chronische gezondheidsproblemen zijn meerdere zorgverleners van verschillende disciplines en organisaties tegelijk betrokken. Bij iemand met hartfalen zijn dat bijvoorbeeld een cardioloog en een gespecialiseerd verpleegkundige uit het ziekenhuis, naast een praktijkverpleegkundige, huisarts, diëtist en fysiotherapeut uit het gezondheidscentrum, plus verpleegkundigen en verzorgenden uit het wijkteam, de professionals van de dagbesteding. Iemand met schizofrenie heeft te maken met zorgverleners uit de specialistische ggz, met de sociaal psychiatrisch verpleegkundige en huisarts, maar ook soms met de crisisdienst, de schuldhulpverlening en het sociaal wijkteam. Iemand met dementie in een verpleeghuis heeft behalve met het team van verzorgenden en verpleegkundigen ook te maken met een verpleeghuisarts, de activiteitenbegeleiding, fysiotherapeut of ergotherapeut enzovoort.

Juist de betrokkenheid van meerdere zorgprofessionals (soms vanuit verschillende organisaties) maakt de afstemming tussen alle zorgprofessionals en de zorgvrager noodzakelijk én lastig. De zorgvrager moet weten wie van de betrokken zorgverleners:

  • Het aanspreekpunt is voor vragen van de zorgvrager of familie.
  • De (eind)verantwoordelijkheid heeft voor de zorgverlening.
  • Belast is met de coördinatie van de zorgverlening (=zorgcoördinator, case manager of centrale zorgverlener).

Met het begrip team doelen we op een multidisciplinair team binnen een verpleeghuis, ziekenhuis, gezondheidscentrum, wijkteam óf op een groep samenwerkende zorgverleners uit verschillende sectoren en organisaties om de zorgvrager heen die samen integrale zorg bieden.

Integrale zorg wil zeggen: goed gecoördineerde zorg rondom de patiënt waarbij zorgverleners breder kijken dan alleen de aandoening en de eigen expertise. Hiervoor zijn nieuwe samenwerkingsvormen nodig. Zorgpaden en transmurale zorgafspraken zijn manieren om interprofessionele samenwerking tot stand te brengen, net als de inzet van casemanagers.

Het Stappenplan Zelfmanagementondersteuning

Stappen van familieparticipatie

(Klik op de afbeelding voor een groter formaat)

Ondersteunen van zelfmanagement betekent op een andere manier zorgvragers betrekken bij hun eigen zorg, om hen in staat te stellen zelf bewuste keuzes te maken voor gedragsverandering of gedragsbehoud. Daarvoor is een ander gesprek tussen zorgverlener en zorgvrager nodig. Maar dit betekent ook: andere gesprekken en betere afspraken tussen zorgverleners onderling, zodat zij met zorgvragers aan dezelfde doelen werken, hen op een eenduidige wijze benaderen en geen tegenstrijdige informatie of adviezen geven. Het gaat om afstemming en samenwerking tussen verschillende disciplines, en tussen zorgverleners van verschillende zorgniveaus. De vraag is: ‘Hoe kan het multidisciplinaire team samen werken aan zelfmanagementondersteuning?’ Dat vraagt initiatief van zorgverleners om dat te organiseren, soms over organisaties heen, en invloed te krijgen op de interprofessionele samenwerking.

Om het ondersteunen van zelfmanagement tot een structureel onderdeel van de zorgverlening te maken, is het ‘Stappenplan Zelfmanagementondersteuning’ ontwikkeld (Engels en Arkesteijn 2011). Hierin wordt gewerkt aan de gezamenlijke voorbereiding, uitvoering en evaluatie van een teamplan waarin wordt vastgelegd hoe het team zelfmanagementondersteuning aanpakt. Voor de zorgvrager is het prettig als hij merkt dat de zorgverleners met elkaar op één lijn staan en er continuïteit is in de ondersteuning. Als zorgverlener is het plezierig hierin steun te ervaren van je collega-teamleden.

Het Stappenplan Zelfmanagementondersteuning is opgebouwd uit tien stappen in drie fasen:

  1. Stap 1 tot en met 5 maken deel uit van de voorbereiding.
  2. Stap 6 tot en met 8 gaan over de uitvoering van het plan.
  3. Daarna wordt er gezamenlijk in stap 9 en 10 stappen teruggeblikt (evaluatie).

Speciaal voor gezondheidscentra en huisartsenpraktijken is er een handreiking ontwikkeld om mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden te ondersteunen bij zelfmanagement. In zeven stappen wordt uitgelegd hoe je met je multidisciplinaire team aan de slag kunt gaan.

Voorbereiding: een teamplan voor zelfmanagementondersteuning ontwikkelen

voorbereidende fasen van familieparticipatie

(Klik op de afbeelding voor een groter formaat)

Voorbereiding is noodzakelijk om een gezamenlijk vertrekpunt te scheppen. Omdat ondersteunen van zelfmanagement een nieuwe werkwijze vraagt, zullen zorgverleners met elkaar een nieuwe visie moeten ontwikkelen op de zorg aan mensen met chronische aandoeningen. Het teamplan wordt in vijf stappen ontwikkeld, bij voorkeur samen met zorgvragers. Zie Patiëntenparticipatie in dit hoofdstuk.

  • Stap 1: ontwikkel een teamvisie op zelfmanagement. Dit begint met gezamenlijk stilstaan bij de beelden die de verschillende zorgverleners hebben van de zorgverlening, deze op elkaar afstemmen en met elkaar de rol van zelfmanagementondersteuning vaststellen. Wat vraagt de nadruk op zelfmanagement van zorgvragers en zorgverleners? (zie hoofdstuk 1 Wat is zelfmanagementondersteuning?).
  • Stap 2: inventariseer en ontwikkel competenties van professionals. Hier verkent het team welke competenties bij professionals aanwezig zijn en of men gemotiveerd is om met zelfmanagementondersteuning aan de slag te gaan. Bij de competenties gaat het bijvoorbeeld om een basishouding gericht op een gelijkwaardige zorgrelatie, en effectief communiceren en samen beslissen.
  • Stap 3: maak afspraken en verdeel taken. Het team spreekt bijvoorbeeld af welke zorgverlener als aanspreekpunt voor de zorgvrager fungeert, en wanneer iemand wordt doorverwezen naar een andere professional.
  • Stap 4: gebruik een individueel zorgplan of zorgleefplan. Hierin wordt vastgelegd aan welke doelen de zorgvrager wil werken en welke steun hij hierbij van het team kan verwachten. Als alle zorgverleners in het multidisciplinaire team gebruik maken van het hetzelfde plan, zorgt dat voor een eenduidige werkwijze.
  • Stap 5: gebruik succesvolle vormen van zelfmanagementondersteuning. Er zijn diverse interventies en werkwijzen voor zelfmanagementondersteuning. De interventies kunnen betrekking hebben op een-op-eencontact tussen patiënt en zorgverlener (eventueel ondersteund door eHealth) of op groepsbijeenkomsten. Zorgverleners stemmen samen af welke interventies zij inzetten.

Bij deze stappen zijn instrumenten als de Z-scan bruikbaar. Deze geven een beeld van wat het team al doet en wat zorgverleners al kunnen en waar verbetering mogelijk is. Het voorbeeld teamplan helpt om afspraken vast te leggen.

Uitvoering van het teamplan: het 3-fasenmodel

Uitvoerende stappen van familieparticipatie

(Klik op de afbeelding voor een groter formaat)

Bij de uitvoering van zelfmanagementondersteuning gaat het om het inzetten van passende interventies en werkvormen voor, tijdens en na het zorgcontact tussen zorgverleners en zorgvrager. In het Stappenplan wordt gebruik gemaakt van een 3-fasen model dat tips geeft over wat zorgverleners voor, tijdens en na een contact met de zorgvrager kunnen doen om zelfmanagement te ondersteunen. Dit model is vooral bruikbaar als zorgverleners consulten of huisbezoeken doen. In het verpleeghuis of ziekenhuis zou je kunnen kijken hoe zorgverleners tijdens de dagelijkse zorg het zelfmanagement van zorgvragers kunnen ondersteunen en samen doelen kunnen stellen.

  • Stap 6: voor het bezoek. Hierbij gaat het vooral om de relevante informatie over de actuele situatie van de patiënt te verzamelen. Het resultaat van deze stap is dat de teamleden een consult zodanig kunnen voorbereiden dat zelfmanagement een centrale rol krijgt. De centrale zorgverlener zorgt hierbij voor een goede onderlinge afstemming van taken.
  • Stap 7: tijdens het bezoek. Het Stappenplan bevat aanwijzingen voor wat te doen tijdens het eerste bezoek (intake) of bij vervolgconsulten. Bijvoorbeeld: wensen en voorkeuren achterhalen, samen doelen vaststellen en afspraken maken en , vastleggen in het zorgdossier of individueel zorgplan. Zie hiervoor het 5A-model in Hoofdstuk 2, waar het proces van zelfmanagementondersteuning wordt beschreven.
  • Stap 8: na het bezoek. Het opvolgen van gemaakte afspraken en het resultaat ervan checken is noodzakelijk voor het bereiken van een blijvend effect. Het Stappenplan geeft een aantal aanbevelingen daarvoor.

Evaluatie van zelfmanagementondersteuning

evaluerende fase van familieparticipatie

(Klik op de afbeelding voor een groter formaat)

In deze fase kan het team met behulp van het Stappenplan terugblikken op ieders bijdrage aan het bevorderen van zelfmanagement en verdere verbeteracties vaststellen. Dit maakt zelfmanagementondersteuning tot een doorlopend proces (Plannen-Doen-Controleren-Bijstellen). Binnen het team wordt voortdurend gekeken naar mogelijkheden om het ondersteunen van zelfmanagement van mensen met chronische aandoeningen verder te verbeteren.

  • Stap 9: evalueer zelfmanagementondersteuning. In de evaluatie met het hele team gaat het om vragen over het individuele contact met de zorgvrager, de samenwerking, over welke interventies en aanpakken van zelfmanagement in de eigen praktijk succesvol zijn gebleken. Ook evalueert het team met zorgvragers hoe zij de zelfmanagementondersteuning ervaren.
  • Stap 10: stel teamplan waar nodig bij. Als is vastgesteld welke punten zijn gerealiseerd en wat nog aandacht vraagt, wordt het teamplan bijgesteld. Maak iemand verantwoordelijk voor het plan en spreek af wanneer het weer gezamenlijk besproken wordt.

Dit 10-Stappenplan is vooral bruikbaar als er echt sprake is van een multidisciplinair team dat elkaar goed kent en vertrouwt, bijvoorbeeld binnen een zorgcentrum, een afdeling of wijkteam. Het doorlopen van het Stappenplan blijkt in zo’n geval al uitdagend genoeg. Nog lastiger is het als het gaat om zorgverleners uit verschillende organisaties die incidenteel samenwerken rond iemand met een complexe zorgvraag. In zo’n geval is het aan te raden om bij de overdracht van zorg en bij de onderlinge communicatie steeds helder te communiceren over de ondersteuning van zelfmanagement: waar liggen de accenten, waar is opvolging nodig, wat is bekend over de wensen en voorkeuren van de zorgvrager, de betrokkenheid van de familie, enzovoort.

Patiëntenparticipatie bij het ontwikkelen van beleid voor zelfmanagement

Bij het maken van een teamplan voor zelfmanagement wordt nieuw beleid ontwikkeld voor de organisatie/ het team. Dat kan je niet maken zonder actieve betrokkenheid van de doelgroep: de zorgvragers zelf. Dit wordt patiëntenparticipatie genoemd.
Bij goede patiëntenparticipatie:

  • is er daadwerkelijke betrokkenheid en inbreng mogelijk. Het gaat om meedenken én meedoen
  • worden meer dan één of twee patiënten betrokken
  • is er een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van patiënten met uiteenlopende vaardigheden en achtergronden
  • zijn patiënten betrokken bij alle fasen van een project: van idee tot ontwerp, tot implementatie, evaluatie en verspreiding van resultaten
  • is die participatie geen momentopname, maar een doorlopend aandachtspunt in een project of proces
  • is er een financiële vergoeding beschikbaar
  • worden naasten ook betrokken
  • wordt gekeken naar de meest optimale combinatie van verschillende vormen van patiëntenparticipatie
  • zijn de wederzijdse verwachtingen vooraf goed helder: wat kan de patiënt verwachten en wat verwachten de anderen van de patiënt?
  • is er voldoende begeleiding en scholing, bijvoorbeeld vanuit een patiëntenorganisatie

Wil je aan de slag met participatie in de instelling? De wegwijzer 'Op weg met cliënten, familie en verwanten' is ontwikkeld omdat effectieve cliëntenparticipatie in de praktijk toch niet zo makkelijk blijkt. De Co-Creatie IJsberg (Vilans) geeft veel praktische tips om met ervaringsdeskundigen samen te werken. Er zijn veel methoden beschikbaar om patiëntenparticipatie vorm te geven (zie http://www.participatiekompas.nl/). Voor het verzamelen van input voor het teamplan zijn bijvoorbeeld ‘shadowing’, een ‘patiëntenaudit’ en ‘spiegelgesprekken’ geschikte methoden.

Valkuilen bij teamwerk en tips om deze te vermijden

We geven tips bij valkuilen die teams vaak tegenkomen op de weg naar betere zelfmanagementondersteuning (Handleiding Zorgen voor Zelfzorg, 2015).

Valkuil 1: De verplichte cursus, maar geen ruimte voor leren in de praktijk
Mensen leren vooral in de dagelijkse praktijk terwijl de opbrengst van cursussen en trainingen beperkt is. Zonder opvolging in de praktijk, feedback en intervisie komt er geen blijvende gedragsverandering. Enkele tips:

  • Bied niet alleen trainingen aan, maar stimuleer en faciliteer daarop aansluitend ook intervisie, casuïstiekbesprekingen en feedback
  • Vraag patiënten om feedback aan het team te geven over hoe de zorg nu is vormgegeven
  • Beoordeel elkaar niet op gemaakte fouten, maar kijk wat je ervan kunt leren

Valkuil 2: Te snel het probleem willen oplossen
Voor ingewikkelde vraagstukken, zoals het vormgeven van zelfmanagementondersteuning is het belangrijk om niet te snel tot de oplossing te komen, maar eerst het probleem goed te verkennen.

  • Ga eerst aan de slag met het verkennen van ervaringen; formuleer op basis daarvan een visie en vul deze gaandeweg verder aan
  • Laat zorgverleners de zelfbedachte oplossingsrichtingen uitproberen
  • Verken samen welke interventies in jullie situatie passend zijn
  • Neem de ervaren werkdruk van zorgverleners serieus

Valkuil 3: Alle verantwoordelijkheid bij één zorgverlener leggen
Ook al is er een centrale zorgverlener of aanspreekpunt, zelfmanagementondersteuning blijft teamwerk en kan niet bij één enthousiasteling worden neergelegd. Dat leidt tot teleurstellingen.

  • Zorg ervoor dat zelfmanagementondersteuning als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het team wordt gezien.

Valkuil 4: Groots en meeslepend
Het klinkt misschien aantrekkelijk om veel tegelijk te willen veranderen, maar dit vraagt vaak te veel van een team.

  • Begin klein. Ga experimenteren met interventies en probeer nieuwe werkwijzen in de dagelijkse praktijk uit. Evalueer ze met elkaar en stel bij

Valkuil 5: Investeren in eHealth of interventies voor zelfmanagementondersteuning, maar niet in de professionals zelf
Het heeft geen zin om te investeren in (dure) eHealthoplossingen of interventies als je de zorgrelatie tussen zorgverlener en zorgvrager zelf niet centraal stelt.

  • Ga niet bij voorbaat sturen op interventies als zelfmonitoring of een groepsbijeenkomst. Het gesprek en de relatie tussen zorgverlener en zorgvrager staan centraal, niet de interventies

Een laatste valkuil is: alles binnen het team goed regelen, maar vergeten aandacht te besteden aan de afspraken over zelfmanagement in de samenwerking met andere zorgverleners.

De zes opdrachten bij dit hoofdstuk helpen (aankomende) zorgprofessionals om aan de slag te gaan met zelfmanagement door samenwerking in een team.

  • Twee opdrachten (1 en 2) gaan over het proces van teamwerk aan zelfmanagement in verschillende zorgsettings.
  • Opdracht 3 en 4 gaan over teamsamenwerking in de wijk. Opdracht 3 gaat over samenwerking rond iemand met dementie; in opdracht 4 wordt de eigen wijk in kaart gebracht.
  • In opdracht 5 ga je aan de slag met het maken van een zelfdiagnose van het team die daarna in een teamoverleg wordt nabesproken.
  • Opdracht 6 is een oefening in het geven en ontvangen van feedback van een collega over het niet goed ondersteunen van zelfzorg.

Stuur je eigen materiaal in >

Opdracht 1: Ondersteuning van zelfzorg door het team (kijkopdracht, discussie)

http://www.youtube.com/watch?v=kXyCEl9YveI

Bekijk de video ‘Ondersteuning Zelfzorg’ van Raedelijn. Hier wordt toegelicht hoe een eerstelijnszorggroep een nieuwe visie en werkwijze heeft aangegrepen om beter aan te sluiten op de wens van de zorgvrager.

  • Wat vraagt dit van de teamsamenwerking en wat levert het op? Voor zorgvragers en voor zorgverleners?
  • Hoe zijn zorgvragers bij het proces betrokken (hoe is patiëntenparticipatie vormgegeven)?
  • Is de aanpak bij Raedelijn bruikbaar voor jouw stageplek/ organisatie?

Opdracht 2: Aanpak van persoonsgerichte zorg in een zorgcentrum (kijkopdracht, discussie)

https://www.youtube.com/watch?v=ybpud9JLu2o

Bekijk de video ‘Persoonsgerichte zorg in zorgcentrum’. Hier wordt toegelicht hoe in een zorgcentrum een nieuwe visie en werkwijze is ontwikkeld en wat de gevolgen daarvan zijn voor de cliënten en verzorgenden.

  • Wat vraagt de nieuwe werkwijze van de teamsamenwerking en wat levert het op? Voor zorgvragers en voor zorgverleners?
  • Hoe zijn zorgvragers bij het proces betrokken (hoe is patiëntenparticipatie vormgegeven)?
  • Is de aanpak bij Schuttershof bruikbaar voor jouw stageplek/ organisatie?

Opdracht 3: Samenwerken in de ouderenzorg in de wijk (kijkopdracht, discussie)

Voorbereiding: Raadpleeg de Infographic ‘Wie is wie in de wijk’. Lees de interviews met de verpleegkundigen die op verschillende plekken werken.

  • Met welke andere professionals werken deze verpleegkundigen regelmatig samen?

Bekijk in de groep de video ‘Meneer Feenstra’ met casemanager dementie Ankie van Dalen.

  • Bespreek met elkaar de volgende stelling: ‘Als alle betrokken zorgprofessionals onderling voldoende onderling afstemmen is een casemanager dementie overbodig’.

Neem de Infographic ‘Wie is wie in de wijk’ erbij.

  • Welke personen of instanties worden in de video genoemd als samenwerkingspartners van de casemanager dementie?
  • Welke partners zouden ook nog betrokken kunnen zijn / worden in het geval van meneer Feenstra?

Opdracht 4: Breng jouw wijk in kaart (praktijkopdracht)

Deze opdracht is geschikt voor stagiaires/zorgverleners in de wijk.

Bestudeer de Infographic ‘Wie is wie in de wijk’ van het Programma Beter Oud.
Breng dan in kaart:

  • Hoe ziet de ondersteuning aan ouderen in jouw wijk eruit? Wie zit waar en wie doet wat? Print de kaart op p.23 uit op A3 en vul zelf of met collega’s op je stageadres de onderdelen voor jouw wijk in. Houd er rekening mee dat in jouw wijk functies misschien net wat anders heten.
  • Zijn er in jouw wijk nog andere functies en/of personen die belangrijk zijn voor goede samenwerking? Gebruik hiervoor de blanco vlakken.
  • Bespreek met je collega’s:
    • Met welke functies en/ of personen werkt jullie team al goed samen?
    • Met welke nog niet of met wie verloopt de samenwerking niet soepel? Hoe komt dat?
    • Welke collega's staan open voor zelfmanagement en welke niet?
  • Wat werkt goed om samen op één lijn te komen?

Opdracht 5: Z-scan: teamdiagnose voor zelfmanagementondersteuning (praktijkpdracht, groep)

Deze opdracht is geschikt voor stagiaires of zorgverleners op uiteenlopende werkplekken.

  • Vraag de zorgverleners uit het (multidisciplinaire) zorgteam de Z-scan in te vullen. Het doel van deze zelfdiagnose is het geven van handvatten om zelfmanagementondersteuning in de eigen praktijk te verbeteren. In de handleiding staat een instructie voor gebruik. Je kunt de Z-scan en de handleiding hier vinden.
  • Organiseer een bijeenkomst van een uur met het team waarin jullie gezamenlijk de resultaten van de Z-scan bespreken. Vul (vooraf) de scores van de individuele teamleden in het spinnenwebdiagram (zoals beschreven in de handleiding).
  • Bespreek met elkaar wat jullie zouden willen verbeteren en wat een manier is om dat op te pakken. Hierbij kan je zelf de mogelijkheid inbrengen om het Stappenplan Zelfmanagementondersteuning te gebruiken.
  • Schrijf een reflectieverslag over deze opdracht.

Opdracht 6: Feedback geven en ontvangen (praktijk- of groepsopdracht)

https://www.youtube.com/watch?v=d_Tsq7qvgW0

Animatie Feedback geven en ontvangen

Bij feedback gaat het om het geven van een terugkoppeling over gedrag dat je hebt geobserveerd. Bijvoorbeeld aan een collega of een stagiaire. Feedback geven en ontvangen is allebei lastig. In deze opdracht oefen je hiermee op elkaar.

Voorbereiding:

  • Bekijk eerst de animatie ‘Feedback geven en ontvangen’.
  • Ga op internet op zoek naar vijf gouden tips voor feedback geven in teams.
  • Gebruik daarbij de 3 G’s (gedrag, gevolg, gevoel) voor feedback.

Oefening:

  • Werk in tweetallen. Bedenk samen een situatie uit de praktijk waarin een collega het zelfmanagement van een zorgvrager niet op een goede manier ondersteunde.
  • Speel dan samen een rollenspel, waarbij de ene collega feedback geeft op de andere over deze situatie. Houd de tips voor feedback geven in je achterhoofd.
  • Bespreek de oefening na. Hoe was het om feedback te ontvangen? Lukte het om feedback te geven zoals in de tips was omschreven?
  • Hoe geef je positieve feedback zonder dit te laten volgen door kritiek? (Bijvoorbeeld: je luisterde goed naar de cliënt, maar…..)
  • Herhaal de oefening met een andere praktijksituatie.

Deel deze pagina Facebook Twitter LinkedIn E-mail

Sluit pop-up

Een visie én een actieplan

Een visie zonder actie blijft een droom, met actie zonder visie blijf je in de waan van de dag. Een visie met een gedegen plan en uitvoering verandert de wereld. Nelson Mandela

Sluit pop-up

Een diabetesverpleegkundige vertelt

‘Ik wilde in mijn team duidelijk maken wat het belang is van goede ondersteuning bij zelfmanagement. Niet voor iedereen bleek dat logisch te zijn. Toen hebben we in ons team de NDF-Competentiescan ingevuld. Toen we bij het kopje ‘communicatie’ kwamen, zagen we opeens allemaal blinde vlekken! In ons team was kennis wel aanwezig, maar bij de vaardigheden ging het niet goed.’