Samen werken aan infectiepreventie: van urgentie naar vanzelfsprekendheid
Gepubliceerd op: 28-04-2026
De coronapandemie zette in 2021 infectiepreventie in de verpleegzorg in een klap op scherp. Het werd duidelijk hoe kwetsbaar ouderen zijn, hoe groot de druk op zorgmedewerkers was en hoe essentieel veilig en hygiënisch werken eigenlijk is. Met die gezamenlijke wake-upcall ontstond het programma 'Samen werken aan infectiepreventie'.
'Samen werken aan infectiepreventie' is een initiatief van ActiZ, V&VN, Verenso, VHIG, Waardigheid en trots voor de toekomst en Vilans, samengebracht door het ministerie van VWS. De ambitie was helder: infectiepreventie niet als tijdelijke prioriteit, maar als vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks werk in de verpleegzorg. Inmiddels is dit programma afgelopen. De behaalde resultaten zijn na te lezen in de eindrapportage.
Van kennis naar gedrag
De kern van het programma lag niet alleen in het ontwikkelen van kennis, maar vooral in het duurzaam toepassen ervan. Gedragsverandering stond centraal. Want protocollen alleen veranderen de praktijk niet. Daarom werd gewerkt aan de hand van drie samenhangende pijlers:
- kennis ontwikkelen
- kennis verspreiden
- kennis toepassen
Er werden praktische materialen en tools ontwikkeld en die werden laagdrempelig beschikbaar gesteld via onder andere het platform Zorg voor Beter. Geen ingewikkelde beleidsstukken of visies, maar werkbare handvatten. Denk aan actiepakketten, challenges, inspiratiesessies en werkplaatsen rond gedragsverandering. Infectiepreventie werd concreet, herkenbaar en bespreekbaar gemaakt op de werkvloer.
In de loop van de jaren is de aanpak van het programma veranderd en aangepast aan de vraag vanuit de zorgorganisaties. Van intensieve ondersteuning tijdens en na corona in het begin, naar later kortdurende en laagdrempelige acties die zelf opgepakt konden worden. De informele zorg kon eenvoudiger betrokken worden en zo kwam er ook aandacht voor infectiepreventie in de thuissituatie.
Zichtbare beweging in de praktijk
Bij deelnemende organisaties zijn duidelijke stappen gezet in beleid en structuur. Er was ondersteuning beschikbaar van adviseurs bij het toepassen van kennis en werkwijzen. Hygiëne- en infectiepreventiecommissies werden gestart of versterkt. Protocollen zijn geactualiseerd. Audits worden structureler ingezet. Aandachtsvelders infectiepreventie kregen een stevigere positie binnen hun organisatie. Veelal werd het doel, duurzame gedragsverandering op het gebied van veilig en hygiënisch werken, goed behaald.
Ook op de werkvloer is de beweging merkbaar. De bewustwording groeide. Medewerkers weten beter waarom infectiepreventie belangrijk is en voelen zich meer verantwoordelijk voor hun rol daarin. De samenwerking tussen werkvloer, management en bestuur is versterkt. Dat is een randvoorwaarde voor duurzame borging.
Reflectie op infectiepreventie
Onderzoek ondersteunde deze ontwikkeling. Zo werd het hulpmiddel 'Reflectie op infectiepreventie' ontwikkeld, waarmee organisaties hun beleid systematisch kunnen beoordelen. Actieonderzoek, bijvoorbeeld rond het gebruik van bedrijfsjasjes, liet zien hoe belangrijk het is om zorgverleners, bewoners en naasten actief te betrekken bij veranderingen. Dat vergroot draagvlak én kwaliteit van besluitvorming.
Bereik en betrokkenheid
Dat het onderwerp leeft, blijkt ook uit het bereik van het programma. In de looptijd zijn tientallen bijeenkomsten, inspiratiesessies en webinars georganiseerd. Mede dankzij dit programma zien we sinds begin 2025 weer een stijging op de website Zorg voor Beter, waarmee we weer bijna op het bezoekersniveau van de coronaperiode zitten. Ook het aantal gelezen artikelen neemt toe, waarmee dus duidelijk is dat we de doelgroep weer beter weten te bereiken.
Dit laat zien dat infectiepreventie niet alleen een beleidsmatig thema is, maar breed gedragen wordt in de praktijk. Teams die gesprekken aangingen, een aandachtsvelder die collega’s meenam of een bestuurder die infectiepreventie structureel agendeerde; allemaal hebben zij bijgedragen aan het op de agenda zetten van dit onderwerp.
Leren van wat schuurt
Natuurlijk ging het niet vanzelf. We zagen weerstand tegen verandering, het terugvallen in oude routines en het wegebben van urgentie zodra de druk van een crisis afneemt. Gedrag veranderen kost tijd. En zonder duidelijke randvoorwaarden – voldoende materialen, heldere rolverdeling en actief leiderschap – is blijvende verandering moeilijk.
Een belangrijke les is dan ook: infectiepreventie moet onderdeel zijn van het systeem. Het moet passen in het dagelijkse werk, geen extra belasting vormen en zichtbaar ondersteund worden door leidinggevenden en bestuurders.
De beweging gaat door
Hoewel het programma formeel is afgerond, stopt het werk niet. De ontwikkelde kennis, tools en leeromgeving blijven beschikbaar. Organisaties kunnen blijven leren, verdiepen en aanpassen aan hun eigen praktijk.
Infectiepreventie gaat immers niet alleen over richtlijnen. Het gaat over kwaliteit van leven. Over veiligheid. Over samen zorgen voor de meest kwetsbaren in onze samenleving.
Vanzelfsprekend onderdeel van goede zorg
En misschien is dat wel de belangrijkste opbrengst van vier jaar 'Samen werken aan infectiepreventie': dat het gesprek blijvend is geopend. En dat infectiepreventie steeds meer een vanzelfsprekend onderdeel wordt van goede zorg.
Nieuwsgierig naar de volledige resultaten, lessen en cijfers? In de complete eindrapportage lees je hoe de beweging zich in detail heeft ontwikkeld. En wat dat betekent voor de toekomst van infectiepreventie in de langdurige zorg.