Kennisbundel Ernstig meervoudige beperking

Vilans

Eet- en drinkproblemen

Mensen met EMB hebben vaak problemen met eten en drinken. Zo heeft 80 tot 90 procent van de mensen met EMB moeite met slikken. Ook reflux komt veel voor bij mensen met EMB. Door deze problemen kunnen weer andere problemen ontstaan, zoals luchtweginfecties, gebitsproblemen en tandvleesproblemen.

Slikproblemen

Eten en drinken gaat door bijvoorbeeld slikproblemen niet altijd makkelijk. Bij een slikstoornis is er een probleem in één of meerdere fasen van het slikproces. Hierdoor heeft iemand moeite met eten en drinken, het slikken van medicatie of het beheersen van het speeksel. Speekselverlies kan dus het gevolg zijn van slikproblemen. Wanneer iemand zich verslikt, volgt vaak een hoestbui. Mensen met EMB hebben vaak een verlaagde hoestreflex of verminderde hoestkracht, waardoor het verslikken soms niet wordt opgemerkt. Bij slikproblemen wordt vaak samengewerkt met een huisarts, logopedist, diëtist en/of kno-arts voor het vaststellen van het slikprobleem en het verbeteren van het slikken met een slikbehandeling.

Bij te weinig inname van eten en drinken ontstaat er uiteindelijk zelfs een risico op ondervoeding. Door vroegtijdige signalering van problemen rondom eten en drinken kan de inname van eten en drinken verbeterd worden en ondervoeding voorkomen worden. Bij mensen met EMB is het dan ook heel belangrijk om alert te zijn op signalen van slikproblemen en altijd bewust om te gaan met eet- en drinkmomenten. De professional moet letten op de eet- en drinkhouding, het gebruik van materialen, de manier van aanbieden van eten, het soort eten en drinken, de prikkels tijdens eten en drinken, het tijdstip van eten en drinken en hoelang het eten en drinken duurt. Hierbij moet bij iedere persoon met EMB gekeken worden naar wat hij/zij het fijnst vindt.

Soms is het geven van orale voeding niet veilig door de slikproblemen of door de stress die ontstaat tijdens het eten. Afhankelijk van de situatie kan het eten aangepast of ingedikt worden of kan aanvullende voeding gegeven worden. Als de situatie niet vooruitgaat, kan het beter zijn om over te gaan op sondevoeding. Het maken van een beslissing hierover kan heel lastig zijn, er zitten namelijk voor- en nadelen aan. Een weloverwogen beslissing moet gemaakt worden in samenwerking met alle betrokkenen. Dit kan gebeuren tijdens een cliëntbespreking of een moreel beraad.

Reflux

Na het eten vloeit er vaak wat maagsap uit de maag terug in de slokdarm. Dit is normaal. Wanneer dit veel voorkomt en er problemen door ontstaan, spreekt men van gastro-oesofageale reflux (GOR). Dit is het ongewenst terugvloeien (reflux) van de inhoud vanuit de maag (gastro) naar de slokdarm (oesofagus). Mensen met EMB hebben vaak last van GOR. Dit kan ontstekingen van het slijmvlies van de slokdarm tot gevolg hebben, waarna littekenweefsel, vernauwingen, slijmvliesveranderingen en zelfs een verhoogd risico op kanker kunnen ontstaan. Ondanks de mogelijk ernstige gevolgen, kan reflux lang onopgemerkt blijven doordat mensen met EMB vaak moeilijk hun klachten kunnen uiten.

Gelukkig is reflux meestal goed te behandelen met protonpompremmers. Deze medicijnen remmen een groot deel van de zuurproductie in de maag. Dit betekent dat de reflux blijft, maar dat hier weinig problemen meer mee zijn doordat het maagsap bijna niet meer zuur is. Voor deze behandeling moet uiteraard de arts ingeschakeld worden, maar de begeleider heeft een belangrijke signalerende functie bij reflux. Daarnaast zijn leefstijl- en voedingsadviezen van belang om de klachten van reflux te verminderen.

Door problemen rondom voeding kunnen ook luchtweginfecties ontstaan. Zo kan door reflux of verslikken een longontsteking optreden, dit wordt dan ook wel een aspiratie-pneumonie genoemd. Luchtweginfecties worden meestal behandeld met een antibioticumkuur.

Gebits- en tandvleesproblemen

Door reflux en problemen met slikken kunnen problemen met het gebit en het tandvlees ontstaan. Bij reflux kan het maagzuur het gebit aantasten. Daarnaast krijgen mensen met EMB bij slikproblemen vaak zacht voedsel met veel suiker. Hierdoor is de kans op gaatjes groter. Gebits- en tandvleesbeschadigingen kunnen ook ontstaan na een val, een epileptische aanval, tandenknarsen of zelfverwondend gedrag. Ook bepaalde syndromen en medicijnen kunnen gebits- en tandvleesproblemen veroorzaken. Bij gebits- en tandvleesproblemen is het belangrijk om nauw samen te werken met de tandarts en mondhygiënist.

Een goede gebitsverzorging is erg belangrijk, maar niet altijd eenvoudig. Mensen met EMB kunnen overgevoelig zijn in en rond de mond, ze kunnen ongecontroleerde bewegingen maken met de tong en lippen en soms hebben ze een bijt- en/of zuig/slikreflex. Bij het tandenpoetsen is het daarom belangrijk om te letten op de houding, mondcontrole, het type tandenborstel en de poetstechniek. Daarnaast is het belangrijk om de persoon goed te kennen, zodat je makkelijk kan zien hoe diegene het vindt en hoe het met hem of haar gaat.

  • Hoofdstuk uit het werkboek ‘Zorg voor kinderen met een ernstige meervoudige beperking’ van de NVK: Gebitsproblematiek
  • Op de website van BOSK is ook meer informatie te vinden over Gebit
  • Op het Kennisplein Gehandicaptensector is veel informatie te vinden over mondzorg

Hieronder vind je opdrachten waarmee je dieper in kan gaan op eet- en drinkproblemen. We zijn benieuwd naar je ervaringen met de opdrachten. We horen graag wat je ermee gedaan hebt.

Je kunt foto's, verhalen en filmpjes naar ons opsturen. Op deze plek in de kennisbundel gaan we de mogelijkheid bieden om je ervaringen te delen met andere docenten.

Via onderstaande knop kun je contact met ons opnemen.

Stuur je eigen materiaal in >

Opdracht 1: Begeleider van mensen met EMB uitnodigen (met naaste/cliënt)

Voorbereiding

Ga met een groepje in gesprek met een begeleider van iemand met EMB. Bereid de begeleider goed voor op de les/training. Het is belangrijk dat hij/zij weet wat er gaat gebeuren en wat er van hem/haar verwacht wordt. Een veilige sfeer is belangrijk, evenals een blijk van waardering voor zijn/haar inzet.
Stel met elkaar een aantal vragen op (zie voorbeelden hieronder) om aan de begeleider te stellen. Bespreek ook het tonen van begrip en waardering (omgangsregels).

Activiteit

Verdiepend:

  • Wat heb je geleerd van dit gesprek? Hoe ga je dit toepassen?
  • Heb je al wel eens tips en adviezen gevraagd en besproken met begeleiders? Wat heb je gehad aan dat gesprek?
  • Welke tips en adviezen kun je, op basis van de resultaten van het gesprek, meenemen naar je eigen beroepspraktijk?

Opdracht 2: Filmpje bekijken

Bekijk een Engels filmpje over een meisje met EMB die een milkshake gaat drinken. Door in het filmpje op YouTube op CC te drukken, kun je Engelse ondertiteling aanzetten bij het filmpje (deze is niet helemaal correct). Ook wanneer je geen Engels kan, is het filmpje goed te bekijken.

Bespreek na het filmpje eten (en drinken) bij mensen met EMB:

  • Wat valt je op aan het filmpje? Wat valt je op aan de benadering van de begeleider?
  • Wat zijn aandachtspunten bij eten en drinken bij dit meisje en bij mensen met EMB in het algemeen?
  • Zou het meisje uit het filmpje voedingsproblemen hebben? Zo ja, welke voedingsproblemen heeft dit meisje denk je?

Verdiepend:

Een cliënt met EMB heeft slikproblemen. Naastbetrokkenen willen niet overgaan op sondevoeding, omdat de cliënt wel van eten geniet. Wat betekent dit voor de ondersteuning die je als professional biedt?

Opdracht 3: Ervaringsopdracht tandenpoetsen

Waarschijnlijk zijn jullie al bekend met hoe je tanden moet poetsen bij anderen, maar hoe is het nu precies om je tanden gepoetst te krijgen? In tweetallen gaan jullie om de beurt bij elkaar de tanden poetsen. Degene bij wie de tanden wordt gepoetst krijgt een blinddoek voor en/of oordopjes in, zodat diegene ervaart hoe het is om tanden gepoetst te krijgen wanneer je ‘beperkingen’ hebt.

Verdiepend:

Bespreek na het uitvoeren van de ervaringsopdracht:

  • Hoe was het om zo je tanden gepoetst te krijgen?
  • Wat ervaart jouw cliënt tijdens het tandenpoetsen?
  • Houd je rekening met de beperkingen van iemand tijdens tandenpoetsen?
  • Wat heb je van deze opdracht geleerd?

Opdracht 4: Voedingsproblemen (verdiepend)

Je verdiept je in de beroepspraktijk in één of meerdere problemen die voorkomen bij een cliënt met EMB op het gebied van voeding. Beschrijf de problemen van de cliënt op het gebied van voeding en benoem de consequenties en risico’s die hieraan verbonden zijn. Vervolgens breng je met behulp van onderzoeksartikelen in kaart welke maatregelen professionals kunnen nemen om het probleem bij deze cliënt en de daarmee samenhangende risico’s te beperken. Met behulp van onderzoeksresultaten onderbouw je het effect van deze maatregelen. Bronvermeldingen zijn hierbij verplicht.

Deel deze pagina Facebook Twitter LinkedIn E-mail