Kennisbundel Ernstig meervoudige beperking

Vilans

Zintuiglijke en motorische beperkingen

De meeste mensen met EMB hebben lichamelijke beperkingen, zoals ernstige problemen met bewegen (motorische beperkingen) en problemen met zien en horen (zintuiglijke beperkingen). In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de zintuiglijke en motorische beperkingen.

Zintuiglijke beperkingen

Mensen hebben meerdere zintuigen. De bekendste zintuigen zijn zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Daarnaast hebben mensen bijvoorbeeld een evenwichtszintuig en bewegingszintuig waarmee de lichaamshouding wordt geregeld. Zintuiglijke informatie gaat via ons lichaam naar onze hersenen. Bijna alle mensen met EMB hebben een zintuiglijke beperking. Vaak wordt bij mensen met EMB zintuiglijke informatie dus niet goed verwerkt in de hersenen.

Een groot aantal mensen met EMB heeft een visuele beperking, zoals scheelzien of een aandoening aan het netvlies. Een gehoorbeperking komt ook veel voor bij mensen met EMB. Ook de werking van de overige zintuigen is vaak verstoord, maar dit is lastiger te signaleren en vast te stellen. Tijdens de begeleiding houd je natuurlijk rekening met de beperkingen van de persoon met EMB, maar het is vooral belangrijk om te kijken naar wat iemand wel kan en hoe je deze zintuigen kan prikkelen.

Motorische beperkingen

Mensen met EMB hebben vaak problemen met hun spieren, gewrichten en/of skelet. Ze hebben vaak motorische beperkingen op het gebied van de grove motoriek. Veel mensen met EMB zijn dan ook rolstoelgebonden. Sommige mensen met EMB hebben ook beperkingen bij de fijne motoriek. Zij hebben bijvoorbeeld moeite met het vastpakken van voorwerpen.

De motorische beperking komt vaak tot uiting door een verhoogde spierspanning (spasticiteit) en/of verlaagde spierspanning (hypotonie). Daarnaast komen athetose en ataxie ook vaak voor. Bij athetose maken de gewrichten continue langzame onwillekeurige bewegingen. Een overstrekte stand van de vingers is hier een voorbeeld van. Bij ataxie is de balans en coördinatie van het bewegen verstoord. Mensen lijken hierdoor bijvoorbeeld een ‘dronkemansloop’ te hebben.

Naast spasticiteit, athetose en ataxie, kunnen ook vergroeiingen van gewrichten het bewegen moeilijker maken. Zo hebben mensen met EMB een verhoogde kans op scoliose. Dit is een zijwaartse verkromming van de wervelkolom. Hiervoor is soms een brace of extra ondersteuning in de rolstoel nodig of zelfs een operatie.

Om de spieren, rug en gewrichten soepel te houden en vergroeiingen te voorkomen, is een beweegplan heel erg belangrijk. De hoeveelheid beweging die mensen met EMB krijgen, is vaak afhankelijk van professionals. Vaak worden mensen met EMB te weinig bewogen. Het is dan ook belangrijk dat je als professional aandacht hebt voor bewegen en het afgesproken beweegplan correct uitvoert. Bij de RUG wordt veel onderzoek gedaan naar motorische activering.

  • Op de website van BOSK is ook meer informatie te vinden over vergroeiingen
  • Interview met Aly Waninge, zij doet bijvoorbeeld onderzoek naar de fitheid van blinde en slechtziende mensen met een ontwikkelingsniveau onder de 4 jaar met vaak ook nog andere beperkingen.
  • De RUG heeft onderzoek gedaan naar motorische activering van personen met EMB

Hieronder vind je opdrachten waarmee je dieper in kan gaan op zintuiglijke en motorische beperkingen. We zijn benieuwd naar je ervaringen met de opdrachten. We horen graag wat je ermee gedaan hebt.

Je kunt foto's, verhalen en filmpjes naar ons opsturen. Op deze plek in de kennisbundel gaan we de mogelijkheid bieden om je ervaringen te delen met andere docenten.

Via onderstaande knop kun je contact met ons opnemen.

Stuur je eigen materiaal in >

Opdracht 1: Voorlichtingsfolder maken

Maak een voorlichtingsfolder over zintuiglijke en motorische beperkingen bij mensen met EMB voor studenten. In de folder staat:

  • Omschrijving van de doelgroep EMB;
  • Omschrijving van veel voorkomende zintuiglijke beperkingen bij mensen met EMB;
  • Omschrijving van veel voorkomende motorische beperkingen bij mensen met EMB;
  • Consequenties van deze beperkingen voor het leven van iemand met EMB;
  • Consequenties van deze beperkingen voor professionals/naasten;
  • Aandachtspunten voor professionals bij het ondersteunen van cliënten met EMB met zintuiglijke en/of motorische beperkingen.

Zorg ervoor dat de folder prettig leesbaar en overzichtelijk is en je de tekst richt op de doelgroep: studenten. Geef de folder wanneer deze af is aan een aantal studenten en vraag om feedback. 

Verdiepend:

Stel aan de hand van de folder discussie- of reflectievragen op over hoe er in de beroepspraktijk omgegaan wordt met beperkingen bij mensen met EMB. Bespreek deze met medestudenten/collega's.

Opdracht 2: Zintuiglijke en motorische beperkingen in kaart brengen

Verdiep je, in kleine groepjes, in één of meerdere zintuiglijke en/of motorische beperkingen.

1. Kies één of meerdere zintuiglijke en/of motorische beperkingen die jullie willen gaan onderzoeken. Kies bijvoorbeeld uit: slechtziendheid, scheelzien, blindheid, slechthorendheid, doofheid, evenwichtsstoornis, spasticiteit, hypotonie, athetose, ataxie, scoliose en vergroeiingen.\

2. Bereid een presentatie voor van maximaal 5 minuten over de consequenties van de beperking(en) voor een persoon met EMB, de naastbetrokkenen en professionals.

3. Geef de presentatie.

Verdiepend:

4. Onderzoek welke hulpmiddelen of vaardigheden professionals kunnen helpen om de kwaliteit van leven van een persoon met EMB met deze beperking te verhogen. Onderbouw welke houding bij een professional belangrijk is om deze hulpmiddelen en/of vaardigheden in de praktijk te onderzoeken en uit te voeren.

Opdracht 3: Ervaringsopdracht zintuigelijke en/of motorische beperkingen

Hoe is het om in een rolstoel te worden rondgereden? En hoe is het om weinig te kunnen zien? Gebruik materialen om een beperking na te bootsen, bijvoorbeeld een blinddoek, Virtual Reality bril, oordopjes, veel te grote schoenen of een rolstoel.

Ga in tweetallen (één heeft ‘beperkingen’, de ander is begeleider) een activiteit doen. Dit kan van alles zijn: een stukje wandelen zijn, een spelletje, tanden poetsen, aankleden etc.

Verdiepend:

Bespreek na het uitvoeren van de ervaringsopdracht:

  • Hoe was het om deze beperkingen te hebben?
  • Wat was anders dan je had gedacht?
  • Hoe was het om begeleid te worden?
  • Wat heb je van deze opdracht geleerd?

Opdracht 4: Onderzoek afnemen bij de cliënt (verdiepend)

Neem in de beroepspraktijk zelf een onderzoek af bij een cliënt met EMB. Je kunt een cliënt observeren en/of een naastbetrokkene van een cliënt met EMB interviewen. Bij een observatie kan je bijvoorbeeld gebruik maken van de observatielijst in bijlage 5 van de Richtlijnen handelingsgerichte diagnostiek bij mensen met EMB. Of van een van de diagnostische middelen, zoals Inventarisatie Persoonsbeeld (IP), Lijst Alertheid en GTI, behorende bij de methode Perspectief, te vinden op Opvoedingsprogramma. Sommige materialen zijn betaald verkrijgbaar.

Mogelijke vragen voor de naastbetrokkene

Deel deze pagina Facebook Twitter LinkedIn E-mail