Kwaliteit van leven

Vilans

Voor management

Tips voor het management hoe het kan bijdragen aan de kwaliteit van leven van mensen met dementie en hun naasten.

Visie

Interventies (intramuraal)

Hieronder vind je een overzicht van interventies, methoden, instrumenten en organisatievormen die succesvol bijdragen aan:

  • De kwaliteit van leven van mensen met dementie
  • De ondersteuning van de mantelzorgers en daarmee aan zijn of haar kwaliteit van leven en volhoudtijd

De interventies kunnen gericht zijn op verschillende groepen:

  • mensen met dementie
  • naasten
  • de staf / zorgprofessionals
  • de omgeving

Het overzicht is opgedeeld in deze vier categorieën.

Interventies gericht op mensen met dementie

  • Cognitieve stimulatie: een breed scala aan plezierig geachte activiteiten, meestal in groepsverband, gericht op het stimuleren van denken, concentratie en geheugen en op sociale functies.
  • Cognitieve training: training uitgevoerd op basis van een standaardset van taken gericht op bepaalde cognitieve functies.
  • Beweging: wandelen, zwemmen, gymnastiek, andere sporten, dansen, yoga, etc. Kan op diverse manieren een positieve invloed hebben op de ervaren kwaliteit van leven, stemming, cognitie en sociaal contact.
  • Muziek: individueel of in een groep, met of zonder therapeut. Achtergrondmuziek, bijvoorbeeld in een restaurant, valt hier niet onder.
  • Snoezelen: ontspanning bieden via uitnodigende hulpmiddelen aan overactieve, onrustige en gespannen mensen in een hiervoor ingerichte ruimte.
  • Aromatherapie: een vorm van kruidengeneeskunde, gebaseerd op het gebruik van etherische olie van kruiden, bloemen en andere plantendelen.
  • Massagetherapie: aanraking met compassie, masseren ter ontspanning; meestal een handen/onderarmen-, voeten- of hoofd/schedelmassage.
  • Huisdiertherapie: therapiedieren om het sociaal gedrag te bevorderen of agitatie te verminderen.
  • Reminiscentie: het bewust ophalen van herinneringen door een professional of vrijwilliger met behulp van verschillende materialen, muziek en foto’s.
  • Verhalen: verhalen voorlezen.
  • Theater (Veder-methode): de combinatie van het reminisceren met theatrale elementen, poëzie en muziek.
  • Kunst- en museumbezoek: kijken naar kunst en uitstapjes naar musea.
  • Humortherapie: via grapjes en muziek maken clowns contact met mensen met dementie en dat bevordert de sfeer op de afdeling.
  • Leidende rol cliënt: bij activiteiten en het toekennen van leidinggevende rollen (koken/huishouden). Het gevoel ergens nuttig voor te zijn, is belangrijk voor het ervaren van levenskwaliteit. Zo blijkt dat mensen met minder ernstige dementie ook leiding kunnen geven aan activiteiten.

Interventies gericht op naasten

  • Psycho-educatie: voorlichting, informatie en advies over de ziekte, de gevolgen en de aanpak in de breedste zin van het woord. Het gaat om psycho-educatie die gericht is op familieleden van de persoon met dementie.
  • Mediatieve therapie: belangrijke personen (partner, kind) betrekken bij de behandeling van de cliënt (samenspel tussen cliënt en familielid).
  • Familieparticipatie: naasten helpen mee bij de verzorging van een familielid in een zorginstelling

Interventies gericht op staf/zorgprofessionals

  • Kleding: medewerkers dragen herkenbare kleding, zoals een uniform.
  • Training  in het verbeteren van de communicatie met mensen met dementie.
  • Training in persoonsgerichte zorg: zorg die maakt dat cliënten zich erkend, gerespecteerd en vertrouwd voelen door aandacht van het personeel voor de behoeften, interesses en persoonlijkheid van die cliënten.
  • Training en inzet van Dementia Care Mapping: observatiemethode die de persoonlijke behoeften van een cliënt in kaart brengt. De observaties zijn de basis voor verbeteracties in de zorgverlening.
  • Training in het leren hanteren van probleemgedrag bij dementie.
  • Training in het terugdringen van het gebruik van psychofarmaca.
  • Training in het verminderen van vrijheidsbeperkende maatregelen.
  • Training in het voorkomen van valincidenten.
  • Training in awareness bij cliënten met een ernstige vorm van dementie.
  • Maatregelen gericht op continuïteit van zorg: het koppelen van dezelfde cliënten aan dezelfde zorgverleners.
  • Multidisciplinair overleg: in een open dialoog bespreken van de uitkomsten van het dossieronderzoek en zoeken naar mogelijke verbeterinitiatieven om cliëntenzorg te verbeteren.

Interventies gericht op omgeving

  • Maatregelen om de omgeving bewust te beïnvloeden: bewuste (her)inrichting van de fysieke omgeving. Zie ook 1.4.
  • Domotica: cliënten ondersteunen door middel van technologie. Zoals:
    • elektronische hulpmiddelen die fungeren als een soort geheugensteun;
    • hulpmiddelen die voorkomen dat de cliënt verdwaalt of ervoor zorgt dat deze makkelijk terug gevonden kan worden: dwaalbeveiliging of GPS;
    • middelen waarbij de cliënt hulp of zorg op afstand kan krijgen via een beeldscherm;
    • sensoren die beweging en gedrag registreren zodat er gerichter hulp kan worden ingezet.
  • Robotica: sociale en assisterende zorgrobots met taken die normaal gesproken alleen mensen kunnen uitvoeren: communiceren, animeren, gezelschap bieden.
  • Snoezelruimte: ruimte met gedempt licht, zachte muziek, geuren en meubilair dat een ontspannen houding toelaat, zoals een zitzak, en daardoor kalmerend is.
  • Huisdieren: huisdieren kunnen het sociale isolement van de cliënt doorbreken.
  • Natuur: nabijheid van groen en natuur in de vorm van een aangelegde, ontworpen tuin.

Interventies (extramuraal)

Hieronder vind je een overzicht van interventies, methoden, instrumenten en organisatievormen die succesvol bijdragen aan:

  • De kwaliteit van leven van mensen met dementie
  • De ondersteuning van de mantelzorgers en daarmee aan zijn of haar kwaliteit van leven en volhoudtijd

De interventies kunnen gericht zijn op verschillende groepen:

  • mensen met dementie
  • naasten
  • de staf / zorgprofessionals
  • de omgeving

Het overzicht is opgedeeld in deze vier categorieën.

Interventies gericht op mensen met dementie

  • Psycho-educatie: voorlichting, informatie en advies over de ziekte, de gevolgen en de aanpak in de breedste zin van het woord. Het gaat om psycho-educatie die gericht is op (onder andere) de cliënt.
  • Ontmoetingscentrum: locatie waar cliënten (en hun familie/mantelzorgers) terecht kunnen voor activiteiten, informatie en het delen van ervaringen. Het gaat om een ontmoetingscentrum dat gericht is op (onder andere) de cliënt.
  • Alzheimer Café: locatie waar cliënten (en hun familie/mantelzorgers) één keer per maand op een vast moment bijeen kunnen komen voor informatie, advies en lotgenotencontact. Het gaat om een Alzheimer Café dat gericht is op (onder andere) de cliënt.
  • Dagbesteding: de nadruk ligt hier op gezelligheid en ontspanning: samen koffie drinken, eten, spelletjes doen en af en toe een gezamenlijk uitstapje.
  • Zorgboerderij: agrarisch bedrijf met mogelijkheden tot dagbesteding voor cliënten.
  • Dagbehandeling: begeleiding is in handen van een multidisciplinair team van gespecialiseerde verzorgenden.
  • Cognitieve stimulatie: een breed scala aan plezierig geachte activiteiten, meestal in groepsverband, gericht op stimuleren van denken, concentratie en geheugen en op sociale functies.
  • Cognitieve training: training uitgevoerd op basis van een standaard set van taken gericht op bepaalde cognitieve functies.
  • Cognitieve rehabilitatie: werken aan verbetering van functies in het dagelijks leven. Verbetering van cognitieve functies is geen hoofddoel.
  • Psychologische behandeling: behandeling van de cliënt gericht op het omgaan met apathie, depressie, angst en gevoelens van onmacht en dergelijke.
  • Ergotherapie: ondersteuning van de cliënt gericht op alledaagse taken vergemakkelijken met hulpmiddelen en nieuwe technieken.
  • Beweging: wandelen, zwemmen, gymnastiek, andere sporten, dansen, yoga, en dergelijke. Kan op diverse manieren positief zijn voor de ervaren kwaliteit van leven, stemming, cognitie en sociaal contact.
  • Muziek: individueel of in een groep, met of zonder therapeut. Achtergrondmuziek, bijvoorbeeld in een restaurant, valt hier niet onder.
  • Logopedie: behandeling van de cliënt gericht op de verbetering van de communicatie met training en/of hulpmiddelen.
  • Reminiscentie: het bewust ophalen van herinneringen door een professional of vrijwilliger met behulp van verschillende materialen, muziek en foto's.
  • Aromatherapie: een vorm van kruidengeneeskunde, gebaseerd op het gebruik van etherische olie van kruiden, bloemen en andere plantendelen.
  • Huisdiertherapie: therapiedieren om het sociaal gedrag te bevorderen of agitatie te verminderen.
  • Creatieve therapie: met beeldende middelen zoals tekenen, boetseren, schilderen en dergelijke een veranderingsproces bewerkstelligen.

Interventies gericht op naasten

  • Psycho-educatie: voorlichting, informatie en advies over de ziekte, de gevolgen en de aanpak in de breedste zin van het woord. Het gaat om psycho-educatie die gericht is op familieleden van de persoon met dementie.
  • Mediatieve therapie: belangrijke personen (partner, kind) betrekken bij de behandeling van de cliënt (samenspel tussen cliënt en familielid).
  • Psychologische behandeling: behandeling van familieleden van de cliënt gericht op het omgaan met depressie, angst en gevoelens van onmacht en dergelijke.
  • Cognitieve (gedrags-)therapie: kortdurende, gestructureerde therapievorm waarbij gedrag en achterliggende cognities centraal staan voor familieleden.
  • Ontmoetingscentrum: locatie waar (cliënten en hun) familieleden terecht kunnen voor activiteiten, informatie en het delen van ervaringen.
  • Alzheimer café: locatie waar (cliënten en hun) familieleden één keer per maand op een vast moment bijeen kunnen komen voor informatie, advies en lotgenotencontact.
  • Respijtzorg: incidentele zorg, bijvoorbeeld tijdens een vakantie, of structurele opvang, bijvoorbeeld voor één weekend in de maand.

Interventies gericht op staf/zorgprofessionals

  • Multidisciplinair overleg: in een open dialoog bespreken van de uitkomsten van het dossieronderzoek en zoeken naar mogelijke verbeterinitiatieven om cliëntenzorg te verbeteren.
  • Casemanagement: systematisch aanbieden van gecoördineerde behandeling, zorg en ondersteuning aan cliënten en hun familie door een vaste professional die deel uitmaakt van een lokaal samenwerkingsverband.
  • Meten van volhoudtijd: familieleden vragen om in te schatten hoe lang zij de huidige zorg voor hun naaste met dementie kunnen volhouden. Dat meten maakt tijdige interventies mogelijk.

Interventies gericht op omgeving

  • Informatie over aanpassingen thuis: de aanpassingen hebben betrekking op:
    • veiligheid binnenshuis, bijvoorbeeld brandmelders, bewegingsmelders, personenalarmering en dergelijke 
    • veiligheid buitenshuis, bijvoorbeeld dwaaldetectie, toegang woning en dergelijke en de weg vinden, bijvoorbeeld nachtverlichting.
  • Domotica: cliënten ondersteunen door middel van technologie. De volgende mogelijkheden:
    • elektronische hulpmiddelen die fungeren als een soort geheugensteun
    • hulpmiddelen die voorkomen dat de cliënt verdwaalt of ervoor zorgt dat deze makkelijk terug gevonden kan worden: dwaalbeveiliging of GPS
    • middelen waarbij de cliënt hulp of zorg op afstand kan krijgen via een beeldscherm;
    • sensoren die beweging en gedrag registreren zodat er gerichter hulp kan worden ingezet;
    • camerabewaking op afstand
    • video-observatie
  • Robotica: sociale en assisterende zorgrobots met taken die normaal gesproken alleen mensen kunnen uitvoeren: communiceren, animeren, gezelschap bieden.
  • Licht: buitenlicht is van belang voor het slaap-waakritme en stemming.
  • Huisdieren: huisdieren kunnen het sociale isolement van de cliënt doorbreken.
  • Natuur: nabijheid van groen en natuur in de vorm van een aangelegde, ontworpen tuin.

Randvoorwaarden

Het veranderen in denken en doen is niet eenvoudig. Randvoorwaarden spelen een belangrijke rol. Zorgprofessionals ervaren verschillende randvoorwaarden die nodig zijn om optimaal bij te dragen aan de kwaliteit van leven van mensen met dementie en hun naasten.

Tijd

Zorgprofessionals ervaren dat zij de tijd nodig hebben om bij te kunnen dragen aan kwaliteit van leven bij mensen met dementie en hun naasten. Sommigen ervaren te weinig tijd door een te grote caseload of een ZZP waar alle zorg en ondersteuning uit moeten worden gehaald. In combinatie met administratielast en personeelsgebrek draagt dit niet bij aan het ervaren van voldoende tijd.

‘Dat je ook gewoon de tijd nodig hebt. Ik denk dat heel veel kwaliteit achteruitgaat door tijdsgebrek, omdat alles snel snel moet.’ 

Voldoende deskundig personeel

Zorgprofessionals constateren dat zij nu voldoende deskundig personeel missen. Tegelijkertijd ervaren zij last van het imago van de zorg. Mensen hebben door het nieuws het idee dat zorgverleners altijd te druk zijn door personeelsgebrek. Volgens zorgprofessionals durven naasten daardoor minder te vragen en willen daardoor minder mensen in deze sector werken.
 
‘Dat imago doet dan zoveel de nek om. Maar dat is de laatste jaren natuurlijk…. Het gaat alleen maar over geld en over tekorten, te weinig personeel. Je moet eens kijken wat er allemaal op die televisie… dan wil je toch helemaal daar niet meer werken?’

Tegelijkertijd vinden de zorgprofessionals dat personeelsgebrek geen reden is om geen bijdrage te leveren aan kwaliteit van leven bij mensen met dementie.

‘Ook al heb je niet heel veel personeel, daar hebben wij niet over te klagen. Dan nog zou je kwaliteit van leven moeten kunnen bieden. Want het begint echt bij de basisdingen. Dan kun je daar al mee beginnen. En dan moet je je netwerk een beetje vergroten, als je geen mensen genoeg hebt. Maar het kan nooit een reden zijn om niet klantgericht te werken.’

Financieringsstromen

Zorgprofessionals en managers vinden de financieringsstromen erg complex en niet helpend voor het leveren van goede zorg die bijdraagt aan de kwaliteit van leven.

‘Die wet- en regelgeving. Laat dat wat eenvoudiger zijn, zodat wij het ook duidelijk uit kunnen leggen aan mensen. Dingen die ikzelf niet begrijp, die moet ik vervolgens ook nog uitleggen aan mensen. En dan merk ik ook wel bij de mantelzorger dat al dat regelwerk, als ballast erbij komt. En waarom kan het dan niet? Nou ja, en als het hier uitgehaald wordt, kost het niks. En waarom kost het daar dan wel wat?’

Administratie op de groep

Zorgprofessionals ervaren het als onprettig om de administratie op de groep bewoners te doen. Als ze dit niet willen doen dan zijn ze genoodzaakt om dit in hun vrije tijd te doen. Sommige organisaties werken met een iPad voor het rapporteren, wat niet altijd hand in hand gaat met een fijne basishouding.

‘En ik vind het zeker bij dementerende mensen gewoon heel lastig, vooral omdat dat ding vaak niet werkt en dat is dan toch je lichaamstaal. En dat kun je eigenlijk bij hen niet hebben. Zij zitten dan de hele tijd zo. “Wat ben je aan het doen?” Dan zitten ze de hele tijd te kijken en dan voel je je echt opgelaten, dus ik probeer soms al gewoon niet eens meer bij de mensen te rapporteren. Dan zit ik in mijn auto en dan ga ik maar typen, maar eigenlijk …’

Genoeg plaatsen creëren ondanks tendens ‘langer thuis’

Zorgprofessionals zien sommige maatschappelijke ontwikkelingen als belemmerend voor het bijdragen aan kwaliteit van leven. Een ontwikkeling is dat steeds meer mensen gewenst of ongewenst langer thuis blijven wonen. Dit heeft als gevolg dat er minder plaatsen worden gecreëerd, terwijl deze soms wel nodig zijn.

‘Je ziet ook in de overheid van alles moet maar lang thuis blijven wonen. Maar als je dan in al die huizen ziet wat de wachttijden zijn….’

Maatwerk voor subdoelgroepen

In Nederland hebben wij steeds meer aandacht voor de verschillende subdoelgroepen van mensen met dementie. Zo zijn er jonge mensen met dementie, mensen met dementie en een verstandelijke beperking of mensen met een bepaalde culturele achtergrond en dementie. Deze subdoelgroepen hebben over het algemeen andere wensen en behoeften. Dit betekent dat een bijdrage aan kwaliteit van leven in sommige gevallen iets anders vraagt. Hierin is maatwerk belangrijk.

‘Ik zie ook steeds meer mensen die jonger zijn. Het is nu heel erg gericht op 80-plus en ik kom ook veel mensen van 65-plus tegen. En ja, daar merk je ook gewoon dat je ze geen plezier doet met al die oudere mensen te zitten.’

Werkvormen

Wil je met elkaar in gesprek gaan over kwaliteit van leven en bewustwording creëren? Hieronder vind je een aantal werkvormen.

Focusgroepen

Wat betekent kwaliteit van leven voor jou? En voor je cliënt en naasten? Hoe kun je daaraan bijdragen en hoe doet de organisatie dat?
Dit zijn een greep van de vragen die jij jouw collega’s kan stellen. Het is een mooie manier om met je collega’s over kwaliteit van leven het gesprek aan te gaan.

Opslagpotje

Vraag je collega’s na te denken over iets waar zij blij van worden. En vraag ze om voor de volgende keer iets in een glazen opslagpotje te stoppen. Ze kunnen er alles indoen: een lied, geur, geluid, uitzicht, gevoel of gedachte waar iemand blij van wordt. Stel de vraag: ‘Als ik iets kon opslaan in dit potje waar ik blij van word, wat zou ik dan opslaan?’ Een week later kunnen jullie hierover praten. Je leert je collega’s beter kennen en laat jezelf verrassen door alles wat kwaliteit van leven voor iemand kan zijn. Deze methode hebben wij ook gebruikt bij mensen met dementie.

Gesprek over normatief en narratief

Stel je collega’s de volgende vragen: hoe beschrijf jij deze cliënt? Schrijf alles op wat je weet over hem of haar? Na vijf minuten vraag je mensen eraan toe te voegen welke informatie normatief is en welke narratief (zie hier een uitleg over het onderscheid). Collega’s krijgen hierdoor inspiratie om minder te gaan ‘tellen’ en mensen meer te laten ‘vertellen’.

Op dit moment zijn er geen opdrachten beschikbaar.

Stuur je eigen materiaal in >

Deel deze pagina Facebook Twitter LinkedIn E-mail